Ook bij desktoptaxatie is navolgbare referentieanalyse nodig

Dossiernummer: 23504

Datum uitspraak: maandag 17 juli 2023

Vanwege aanpassing van zijn hypotheek laat klager in mei 2022 een desktoptaxatie uitvoeren van zijn woning. Klager verwacht een flinke overwaarde, maar dat valt erg tegen. De desktoptaxatie komt uit op een waarde van € 500.000. Na de desktoptaxatie laat hij een andere taxateur een fysieke taxatie uitvoeren. Dat gevalideerde taxatierapport komt op een marktwaarde van € 630.000.

Klager dient een klacht in. Klager voert daarbij onder andere aan dat de modelwaarde van de desktoptaxatie, die de taxateur heeft goedgekeurd, niet realistisch is, mede gelet op de waarde die blijkt uit het latere fysieke taxatierapport.

Daarnaast wijst klager erop dat het bedrijf van verweerder op meer dan 80 kilometer ligt van de woning.

De desktoptaxateur licht toe dat hij als franchisenemer werkt met de desktoptaxatie. Conform de regelgeving van NRVT, waarbinnen het comply or explain-principe geldt, dacht verweerder zijn werk naar eer en geweten goed uit te voeren. Hij denkt dat klager – die zelf taxateur is – tegenstander is van dit soort taxaties. Hij stelt in zijn verweer dat het tuchtcollege niet oordeelt over de waarde. Hij licht toe dat de desktoptaxatie 25 referenties genereert, waarvan hij als taxateur er 6 ziet. Daaruit selecteert hij de beste 3. Hij vindt de waardering plausibel. De taxateur wijst op discussie over de werkgebiedregeling en vindt dat zijn plaatselijke kennis is aangetoond doordat het model uitgaat van plaatselijke woningmarktinformatie.

Het tuchtcollege overweegt dat de Bureauwaardering per 1 juli 2021 in de regelgeving van NRVT is opgenomen. Het tuchtcollege toetst aan de hand van de regelgeving van NRVT of de taxateur bij zijn handelen, zoals omschreven in de klachtonderdelen, in strijd hiermee heeft gehandeld en, zo ja, in hoeverre dat als tuchtrechtelijk verwijtbaar dient te worden aangemerkt.

De kern van de klacht is dat de opgevoerde referenties de vastgestelde waarde niet onderbouwen. Het tuchtcollege zal zich daartoe dienen te beperken.

De drie referenties die in het taxatierapport zijn opgenomen, worden door verweerder slechts genoemd en niet geanalyseerd. Een register taxateur dient een analyse te maken van de overeenkomsten en verschillen van de referenties ten opzichte van het te taxeren object, en dient een relatie te leggen tussen de waarde van de referenties en de waardering van het te taxeren object. In dit geval heeft verweerder gekozen voor drie referenties met een gecorrigeerde waarde van € 587.000, € 565.000 en € 550.000. Hoe verweerder uitgaande van deze waarden gekomen is tot de waardering van € 500.000 voor de woning van klager, wordt niet nader toegelicht.

Nu de analyse ontbreekt, is de waardering onvoldoende onderbouwd en is het rapport niet inzichtelijk en navolgbaar. Hiermee heeft verweerder het fundamentele beginsel van zorgvuldigheid en transparantie geschonden, zoals vastgelegd in artikel 12 van het Reglement Gedrags- en Beroepsregels.

Het tuchtcollege oordeelt de klacht gegrond. Vanwege verzachtende omstandigheden wordt als maatregel een waarschuwing opgelegd.


Uitspraak in hoger beroep: Eerste uitspraak inzake Bureauwaardering blijft in hoger beroep in stand


Terug naar overzicht