NWWI mag validatie weigeren bij twijfel over onafhankelijkheid na eerdere taxatie
Dossiernummer: GC26046
Datum uitspraak: dinsdag 01 september 2026
De zaak betreft de taxatie van een woning ten behoeve van hypothecaire financiering. De taxateur taxeert dezelfde woning binnen ongeveer zes weken tweemaal op dezelfde marktwaarde. De eerste taxatie verricht hij voor de verkopers in verband met een overbruggingsfinanciering. Daarna aanvaardt hij een opdracht van de kopers voor de financiering van dezelfde woning.
NWWI weigert validatie van het tweede rapport omdat onvoldoende is gewaarborgd dat de taxatie objectief en onafhankelijk tot stand is gekomen en omdat de schijn van belangenverstrengeling niet voldoende is weggenomen. De taxateur voert aan dat sprake is van een andere opdrachtgever, een ander doel en een reeds afgeronde financiering. Volgens hem bestaat daarom geen functionele relatie tussen beide opdrachten. Hij stelt dat hij zijn eerdere betrokkenheid volledig heeft gemeld, een backtest heeft uitgevoerd en zelfstandig tot een nieuwe waardering is gekomen. Daarnaast betoogt hij dat het NWWI het begrip belanghebbende te ruim uitlegt en dat eerdere objectkennis niet automatisch afdoet aan onafhankelijkheid of objectiviteit.
De Geschillencommissie beoordeelt uitsluitend of het NWWI in redelijkheid heeft kunnen besluiten het tweede rapport niet te valideren. Daarbij stelt zij vast dat taxateurs niet alleen feitelijke belangenverstrengeling moeten vermijden, maar ook de schijn daarvan. Uit de toepasselijke regelgeving en toelichtingen volgt dat objectiviteit en onafhankelijkheid centraal staan en dat bij twijfel terughoudendheid is vereist. De Geschillencommissie constateert dat de taxateur transparant is over zijn eerdere betrokkenheid en maatregelen neemt om zijn onafhankelijkheid toe te lichten. Toch volgt zij het standpunt van het NWWI dat de verkopers, voor wie de eerste taxatie wordt verricht, belang hebben bij het doorgaan van de financiering van de kopers en daarmee als belanghebbenden kunnen worden beschouwd. Ook acht zij de korte periode tussen beide taxaties en de betrokkenheid van dezelfde taxateur relevant. De Geschillencommissie oordeelt dat derden de onafhankelijkheid en objectiviteit van de taxateur in deze omstandigheden redelijkerwijs ter discussie kunnen stellen. Daarom komt de Geschillencommissie tot de conclusie dat het NWWI kon besluiten het tweede taxatierapport niet te valideren. Het verzoek van de taxateur wordt afgewezen.
Terug naar overzicht