Bevestiging marginale toetsing getaxeerde waarde; klacht ongegrond

Dossiernummer: 25055

Datum uitspraak: maandag 24 november 2025

Deze zaak gaat over een taxatierapport van een woning. Het rapport is opgesteld in opdracht van de weduwe van de voormalige eigenaar, in haar hoedanigheid van executeur testamentair, met het oog op de verdeling van de nalatenschap.

De taxateur heeft een taxatierapport uitgebracht waarin zowel de marktwaarde in verhuurde staat als de marktwaarde vrij van huur en gebruik is vastgesteld. Klager, mede-erfgenaam van de nalatenschap, is het oneens met de uitkomsten van deze taxatie en heeft hierover een klacht ingediend.

De klacht bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste stelt klager dat het verschil tussen de vastgestelde marktwaarde in verhuurde staat en de marktwaarde leeg niet navolgbaar is en dat daarbij de leegwaarderatio ruim wordt overschreden. Ten tweede betoogt klager dat de gehanteerde huurprijs discutabel is, omdat de woning wordt verhuurd door een besloten vennootschap aan de weduwe, de enig aandeelhouder van de BV. Ten derde uit klager het vermoeden dat de taxatie onjuist en onrechtmatig tot stand is gekomen met het oog op belastingontwijking.

De taxateur voert aan dat hij de taxatie heeft uitgevoerd conform de geldende professionele standaarden en met toepassing van de gebruikelijke methodieken voor het bepalen van de marktwaarde. Volgens de taxateur vergelijkt klager twee verschillende waardebegrippen en is de zogenaamde leegwaarderatio niet bepalend voor de commerciële marktwaarde in verhuurde staat. Daarnaast stelt de taxateur dat de huurprijs marktconform is en dat dit wordt ondersteund door referentieobjecten en een huurprijscheck. De beschuldiging van onrechtmatig handelen acht de taxateur ongefundeerd.

Het tuchtcollege stelt voorop dat de door een taxateur vastgestelde waarde slechts marginaal kan worden getoetst. Het college beoordeelt of de taxateur professioneel, zorgvuldig en transparant heeft gehandeld en of hij in redelijkheid tot de vastgestelde waarden heeft kunnen komen. Daarbij overweegt het college dat de taxateur een zekere beoordelingsvrijheid heeft bij de keuze en waardering van referentieobjecten.

Het tuchtcollege oordeelt dat de taxateur zijn uitgangspunten, aannames en onderbouwing voldoende inzichtelijk heeft gemaakt in het taxatierapport. Klager heeft onvoldoende feiten aangedragen om te concluderen dat sprake is van een onverklaarbaar waarderingsverschil of een niet-marktconforme huurprijs. Het tuchtcollege kan de taxateur volgen in zijn toelichting op het begrip leegwaarderatio, hetgeen door klager ook niet is weersproken. Ook is niet aannemelijk geworden dat de taxatie onjuist of onrechtmatig tot stand is gekomen.

De klacht wordt in al haar onderdelen ongegrond verklaard.


Terug naar overzicht