Geen belangenverstrengeling, maar onduidelijkheid status conceptrapport leidt tot berisping
Dossiernummer: 25068
Datum uitspraak: vrijdag 12 december 2025
Een taxateur krijgt de opdracht een pluimveebedrijf te taxeren in verband met ontbinding van een VOF. De taxateur stelt een (concept)taxatierapport op en verstuurt dit aan de opdrachtgevers.
Klager, één van de vennoten, kan zich niet vinden in de taxatie en dient een klacht in. Klager vindt dat sprake is van schijn van belangenverstrengeling vanwege een nauwe persoonlijke en zakelijke relatie van de vader van de uittredende vennoot en de taxateur. De band met de vader van de vennoot is door de taxateur niet in het taxatierapport opgenomen of toegelicht. Daarnaast is sprake van fouten in strijd met zorgvuldigheid en transparantie. Ook is volgens klager geen rekening gehouden met verkoopbelemmerende omstandigheden. Zo zit het bedrijf al zes jaar in een stikstofimpasse, waardoor er geen mogelijkheden zijn voor het realiseren van nieuwe plannen.
De taxateur heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Hij kent de vader van de vennoot van klager omdat zij beiden al vele jaren werken in de agrarische advisering in de pluimveehouderij. Er is sprake van een zakelijke relatie, waarmee door beiden professioneel wordt omgegaan.
Bij de opdracht in 2019 heeft hij het pluimveebedrijf ook getaxeerd. De vader van de vennoot heeft daarbij vragen gesteld, maar oefende absoluut geen druk uit. Er is van klager nooit iets negatiefs vernomen. Hij is 100% akkoord gegaan met de taxatie.
In november 2024 werd de taxateur benaderd door klager met het verzoek om het bedrijf opnieuw te taxeren in verband met een boedelscheiding. Hem is verzocht de marktwaarde vast te stellen. De juiste peildatum was nog niet bekend, maar als basis is uitgegaan van 1 januari 2025. Omdat deze datum in de toekomst lag, kon de taxatie nog niet worden uitgevoerd. Ook was de taxatieopdracht nog niet definitief omdat deze nog niet was ondertekend.
Op 16 december 2024 is het conceptrapport verzonden. De conceptwaardes waren hoger dan de taxatie van 2019. De taxateur meldt dat de waardes daarna alleen maar verder zijn doorgestegen. In dit gehele proces is er nooit contact geweest met het adviesbureau. Dit bureau is nimmer meegenomen in de mail en er is geen telefonisch contact geweest met het kantoor.
De taxateur gaat ervan uit dat de klacht niet ontvankelijk wordt verklaard omdat er nog geen definitieve taxatie is.
Het tuchtcollege verwijst naar de Toelichting Objectiviteit en Onafhankelijkheid. Hier is sprake van taxeren voor een bekende, zonder dat sprake is van andere belangen of relaties. Gebleken is dat de taxateur en de vader van de vennoot van klager elkaar in het zakelijke verkeer tegenkomen. Er zijn echter geen bijkomende omstandigheden gesteld of gebleken, waaruit kan worden afgeleid dat tussen de taxateur en de vennoot van klager, dan wel diens vader, een nadere relatie bestaat of dat onderling andere belangen spelen. Daarmee is de bekendheid naar het oordeel van het tuchtcollege dan ook onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling of van handelen in strijd met de vereiste integriteit. Ook is niet gebleken dat de vader van de vennoot zich heeft bemoeid met de taxatie.
Uit de opdrachtbrief die in concept bij het conceptrapport is gevoegd, blijkt dat een taxatie zou worden uitgevoerd met het doel ‘vaststellen van de waarde ten behoeve van boedelverdeling’. In de opdrachtvoorwaarden is onder punt 10.3 opgenomen dat als er binnen twee weken geen reactie van de opdrachtgevers komt, het conceptrapport automatisch de status van een definitief rapport krijgt.
Hoewel het taxatierapport op elke pagina wordt aangeduid als ‘concept’ en het document niet is ondertekend, heeft de status van het taxatierapport onduidelijkheid kunnen scheppen. Gebleken is dat het (concept) taxatierapport in een juridische procedure tussen de vennoten een rol heeft gespeeld. Ter zitting heeft de taxateur toegelicht dat zijn kantoor per geval bepaalt of van artikel 10.3, zoals opgenomen in de opdrachtvoorwaarden, gebruik wordt gemaakt. Dit blijkt echter niet uit de stukken, zodat dit voor een opdrachtgever of een derde niet kenbaar is.
Hierdoor heeft het discussiestuk, dat volgens de taxateur was bedoeld voor intern gebruik en waaraan geen derdenwerking zou moeten worden ontleend, toch een rol gespeeld in het economisch en maatschappelijk verkeer. Dit had de taxateur moeten voorkomen, met name gezien de situatie van de boedelscheiding die speelde tussen de vennoten. De taxateur heeft dat ter zitting ook erkend.
Door niet vast te leggen welke opdracht hij ging uitvoeren en wat de verdere stappen in het proces zouden zijn, en door onduidelijkheid te laten bestaan over de status van het rapport (concept of definitief), heeft de taxateur de vereiste zorgvuldigheid en transparantie, zoals vastgelegd in artikel 12 van het Reglement Gedrags- en Beroepsregels niet in acht genomen. Klachtonderdeel 3 is daarom (deels) gegrond.
De andere klachtonderdelen worden afgewezen. Het tuchtcollege wijst erop dat een concept taxatierapport naar zijn aard nu juist is bedoeld om in onderling overleg geconstateerde fouten en/of onvolkomenheden te verbeteren c.q. aan te vullen alvorens te komen tot een definitief taxatierapport.
Mede omdat het rapport juridische gevolgen heeft gehad voor de procedure van de boedelscheiding tussen de vennoten, komt het tuchtcollege tot het opleggen van een berisping.
Terug naar overzicht