Geen nieuwe feiten of omstandigheden in hoger beroep leidt tot verwerping
Dossiernummer: 25025HB
Datum uitspraak: vrijdag 21 november 2025
Uitspraak in eerste aanleg: Geen onderbouwing voor inmenging bij taxatie in verband met echtscheiding
In deze zaak gaat het om een taxatierapport dat is opgesteld in opdracht van beide ex-partners. Eén van hen is het niet eens met de getaxeerde waarde en meent dat de taxateur geprobeerd heeft zijn partner in staat te stellen de woning voor een lage prijs te kunnen kopen. Ook maakt hij bezwaar tegen de wijziging van het doel van de taxatie.
In eerste aanleg heeft het Tuchtcollege NRVT geoordeeld dat de klacht is gebaseerd op niet onderbouwde twijfels en vermoedens. Nu van enige onregelmatigheid niet is gebleken, heeft het tuchtcollege de klacht ongegrond verklaard.
Klager is het niet eens met de uitspraak van het tuchtcollege en stelt hoger beroep in. Klager verwijt de taxateur onder meer dat er sprake is van een niet erkende wijziging van het doel van de taxatie en dat er sprake is van belangenverstrengeling vanwege de rol van zijn ex-partner. Ook betwist hij dat zijn bezwaar was ingegeven door een eigen waardeschatting, maar dat zijn bezwaar zag op het feit dat de getaxeerde waarde lager was dan de WOZ-waarde.
Het tuchtcollege overweegt dat in hoger beroep geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. Het onderzoek in hoger beroep heeft geen ander licht op de zaak geworpen dan in eerste aanleg. Het tuchtcollege kan zich verenigen met de overwegingen en het oordeel van het tuchtcollege in eerste aanleg en neemt deze integraal over. Voor zover klager in hoger beroep aanvullende gronden en onjuistheden heeft aangevoerd, merkt het tuchtcollege op dat deze niet kunnen worden meegenomen nu een hoger beroep is beperkt tot de oorspronkelijke klacht.
Het tuchtcollege verwerpt het hoger beroep en laat de beslissing in eerste aanleg in stand.
Terug naar overzicht