Geen nieuwe inzichten in klacht rondom erfeniskwestie: opgelegde maatregel blijft van kracht
Dossiernummer: 25044HB
Datum uitspraak: maandag 16 maart 2026
Uitspraak in eerste aanleg: Verkort rapport in erfeniskwestie: taxateur is ernstig tekortgeschoten en krijgt voorwaardelijke schorsing met geldboete opgelegd
In deze zaak stelde een Register‑Taxateur hoger beroep in tegen een uitspraak van het Tuchtcollege NRVT, waarin eerder was geoordeeld dat hij een onvolledig taxatierapport had uitgebracht. In eerste aanleg was de klacht gegrond verklaard en was aan de taxateur een voorwaardelijke schorsing van drie maanden opgelegd, met een proeftijd van twee jaar, plus een geldboete van € 2.000.
De taxateur erkent in hoger beroep dat zijn rapport niet voldoet aan de actuele NRVT‑reglementen en geeft aan hiervan te hebben geleerd. Hij benadrukt dat niemand door de taxatie zou zijn benadeeld en dat de getaxeerde waarde zorgvuldig tot stand is gekomen. Bovendien betwist hij dat er reden zou zijn om te twijfelen aan zijn onafhankelijkheid of integriteit. De taxateur acht de opgelegde maatregel onevenredig zwaar, mede gezien zijn lange staat van dienst en blanco tuchtrechtelijk verleden. Hij verzoekt daarom om vernietiging van de eerdere uitspraak en matiging van de maatregel.
Klager voert in hoger beroep aan dat het rapport wel degelijk tekortkomingen bevat en dat het – anders dan door de taxateur gesteld – niet slechts voor eigen gebruik was bedoeld, maar ook was gebruikt in een notariële context. Klager verwijst daarnaast naar een tweede taxatierapport dat volgens hem wijst op een aanzienlijk verschil in waarde en stelt hierdoor financiële schade te hebben geleden.
Het tuchtcollege oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe inzichten oplevert. De aangevoerde argumenten geven geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerste aanleg. Het tuchtcollege stelt vast dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden. Daarom wordt ook de opgelegde maatregel niet gematigd. Ook het feit dat de taxateur volgens zijn stelling overwegingen van de uitspraak in eerste aanleg ter harte heeft genomen en in de toekomst overeenkomstig zal handelen, is voor het tuchtcollege geen aanleiding de maatregel aan te passen.
Het beroep van de taxateur wordt verworpen en de uitspraak in eerste aanleg wordt bekrachtigd.
Terug naar overzicht