Geen tuchtrechtelijk verwijt bij gelijke waardering van twee percelen
Dossiernummer: 26038
Datum uitspraak: donderdag 25 juni 2026
De klacht heeft betrekking op een taxatierapport voor twee percelen die in het kader van een kavelruil zijn gewaardeerd. De taxatie betreft een agrarisch perceel van de klager en een aangrenzend perceel natuurgrond van de opdrachtgever. Beide percelen zijn op dezelfde waarde getaxeerd. Klager stelt dat daarmee de schijn is gewekt dat de taxatie is afgestemd op het door de opdrachtgever gewenste ruilresultaat. Daarnaast stelt klager dat de taxatie onvoldoende is onderbouwd, relevante waardedrukkende factoren onvoldoende zijn meegewogen, het huiskavelargument onvoldoende gemotiveerd is en de taxatie als bindend uitgangspunt in de onderhandelingen is gebruikt. Ook wijst klager op een door hem ingeschakelde tegentaxatie, die tot andere waarderingen van de percelen komt.
De taxateur voert aan dat beide percelen specifieke kenmerken hebben die een exacte waardering bemoeilijken. Het perceel van klager is volgens hem vanwege de beperkte bereikbaarheid en gebruiksmogelijkheden incourant, terwijl het andere perceel ondanks de kwalitatieve verplichting extra waarde ontleent aan de ligging naast de huiskavel van klager. Door het beperkte aantal geschikte referentietransacties berust de waardering volgens de taxateur deels op een inschatting, wat verschillen tussen taxateurs kan verklaren. Verder stelt hij dat zijn taxatie slechts een waarderingsadvies betrof en dat zelfstandig kon worden besloten of een grondruil zou plaatsvinden.
Het tuchtcollege oordeelt dat de gelijke waardering van beide percelen op zichzelf onvoldoende is om aan te nemen dat de taxateur in strijd met de vereiste onafhankelijkheid en objectiviteit heeft gehandeld. Verder oordeelt het tuchtcollege dat de taxatie voldoende inzichtelijk en controleerbaar is onderbouwd, mede doordat de taxateur de gebruikte referenties en de afweging van waardeverhogende en waardedrukkende factoren heeft toegelicht. Daarmee acht het tuchtcollege ook de klachten over de verwerking van de kwalitatieve verplichting en de onderbouwing van het huiskavelargument ongegrond.
Het tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het latere gebruik van het rapport door de opdrachtgever kan de taxateur niet worden toegerekend.
Terug naar overzicht