Gegrond hoger beroep NRVT, alsnog waarschuwing voor taxatie bedrijfswoning
Dossiernummer: N24679HB
Datum uitspraak: woensdag 12 november 2025
Uitspraak in eerste aanleg: Klacht gegrond maar fouten niet dusdanig ernstig dat maatregel nodig is
Het Tuchtcollege NRVT in hoger beroep heeft uitspraak gedaan in een zaak waarin NRVT hoger beroep had ingesteld. In eerste aanleg was een klacht tegen een Register‑Taxateur deels gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel. NRVT achtte zowel de beoordeling van enkele klachtonderdelen als het uitblijven van een maatregel onjuist.
De klacht had betrekking op een taxatierapport van een object met een bedrijfsmatige bestemming. Volgens NRVT schoot het rapport op meerdere kernpunten tekort. In eerste aanleg waren drie klachtonderdelen gegrond verklaard. Twee andere klachtonderdelen, die zagen op de onderbouwing van de rendementseis en een verkeerde beschrijving van de woningmarkt, waren ongegrond verklaard omdat ze naar het oordeel van het tuchtcollege te weinig concreet waren en niet voldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep stelt NRVT dat ook deze twee klachtonderdelen voldoende concreet en onderbouwd waren, onder meer door verwijzing naar het auditrapport en specifieke passages in het taxatierapport en dat deze tekortkomingen niet als gering konden worden aangemerkt.
Ook voert NRVT aan dat het tuchtcollege bij het bepalen van de op te leggen maatregel ten onrechte in aanmerking heeft genomen dat het een lastig te taxeren object was. Een dergelijk oordeel zou kunnen leiden tot een ongewenst precedent, omdat Register-Taxateurs zich in een audit en/of tuchtprocedure erop kunnen beroepen dat sprake zou zijn van een lastig te taxeren object. Volgens NRVT dient een Register‑Taxateur zelf te beoordelen of hij over voldoende vakbekwaamheid beschikt en – als dat niet het geval is – aanvullende deskundigheid dient in te schakelen of de opdracht te weigeren.
De taxateur heeft ter zitting in hoger beroep toegelicht dat hij het niet echt een lastig te taxeren object vond, maar dat het lastig was om passende referenties te vinden vanwege de bestemming en ligging van het object. Hij erkent dat hij de toegepaste afslag en de keuze voor referenties met woonbestemming beter had moeten toelichten in het rapport.
Het tuchtcollege in hoger beroep behandelt de zaak in volle omvang. Het college onderschrijft het oordeel dat de eerste drie klachtonderdelen terecht gegrond waren verklaard. Anders dan in eerste aanleg oordeelt het college dat ook de vierde en vijfde klachtonderdelen voldoende concreet waren en dat de taxateur tekort is geschoten in zijn zorgvuldigheid en transparantie.
Gezien de aard en ernst van de vastgestelde tekortkomingen en de houding van de taxateur, acht het tuchtcollege in hoger beroep het opleggen van een waarschuwing passend. Over het opleggen van een maatregel merkt het tuchtcollege in hoger beroep terzijde op dat het aan het Tuchtcollege NRVT is om in individuele zaken te overwegen hoe hij al dan niet tot het opleggen van een maatregel komt.
Terug naar overzicht