Hoger beroep bevestigt oordeel over taxatierapport bij ontbinding samenlevingsovereenkomst

Dossiernummer: 24684HB

Datum uitspraak: vrijdag 21 november 2025

Uitspraak in eerste uitleg: Geen opdracht maar toch een taxatierapport

In deze zaak staat het handelen van een Register-Taxateur centraal die in het kader van de afwikkeling van een samenlevingsovereenkomst een taxatie van een woning heeft uitgevoerd. Klaagster en haar ex-partner hadden ieder een taxateur ingeschakeld, maar deze taxateurs bereikten geen overeenstemming over de waarde. Vervolgens is een derde taxateur verzocht de waarde vast te stellen. Klaagster meent dat de taxateur hierbij buiten zijn opdracht is getreden en daarnaast onzorgvuldig en onprofessioneel heeft gehandeld. In eerste aanleg is één klachtonderdeel gegrond verklaard, wat heeft geleid tot een waarschuwing. Klaagster stelt hoger beroep in tegen de overige ongegrond verklaarde onderdelen.

De klacht bestaat uit vijf onderdelen. Ten eerste voert klaagster aan dat de taxateur in strijd heeft gehandeld met artikel 14 van de samenlevingsovereenkomst. Volgens haar mocht de taxateur geen zelfstandige taxatie uitvoeren, maar slechts een doorslaggevende ‘stem’ uitbrengen op basis van de reeds bestaande taxaties. Ten tweede klaagt zij dat de taxateur onnodig zelf de gebruiksoppervlakte van de woning heeft opgenomen. Het derde klachtonderdeel ziet op het ontbreken van een schriftelijke opdrachtbevestiging van klaagster; zij betwist dat sprake was van een vergissing. Het vierde klachtonderdeel betreft vermeend onzorgvuldig en onprofessioneel handelen in een conflictsituatie. Tot slot klaagt zij over schending van het beginsel van hoor en wederhoor, omdat zij niet heeft kunnen reageren op na de zitting ingediende stukken van de taxateur.

Het tuchtcollege stelt voorop dat het samenlevingscontract een afspraak is tussen klaagster en haar ex-partner, waarbij de taxateur geen partij is. Uit de correspondentie blijkt dat de taxateur voorafgaand aan de opname heeft aangegeven dat hij een onafhankelijke taxatie zou uitvoeren en dat hem artikel 14 niet bekend was. Het college acht onvoldoende aannemelijk dat met de taxateur andere afspraken zijn gemaakt dan het verrichten van een zelfstandige taxatie. Het tuchtcollege in hoger beroep is het daarom eens met het oordeel van het tuchtcollege in eerste aanleg.

Ook het verwijt dat de taxateur onnodig zelf de woning heeft opgemeten, slaagt niet. Een Register-Taxateur is op grond van de geldende meetinstructies gehouden zelf zorg te dragen voor een correcte meetstaat en mag niet zonder meer afgaan op metingen van anderen.

Het klachtonderdeel over het ontbreken van een opdrachtbevestiging is in eerste aanleg reeds gegrond verklaard en heeft geleid tot een waarschuwing. Nu alleen klaagster hoger beroep heeft ingesteld, kan dit onderdeel in hoger beroep niet opnieuw inhoudelijk worden beoordeeld.

Het tuchtcollege ziet verder geen grond voor het oordeel dat de taxateur onprofessioneel heeft gehandeld. Het taxatierapport voldoet aan de toepasselijke NRVT-regelgeving. Ten aanzien van de procedurele klacht over hoor en wederhoor overweegt het college dat eventuele tekortkomingen in eerste aanleg in hoger beroep kunnen worden hersteld. Nu de aanvullende stukken juist hebben geleid tot gegrondverklaring van een klachtonderdeel, is niet gebleken dat klaagster in haar belangen is geschaad.


Terug naar overzicht