Ongegronde klacht over signalering asbestrisico

Dossiernummer: 26010

Datum uitspraak: dinsdag 28 april 2026

De uitspraak betreft een taxatie van een woning die is uitgevoerd met het oog op de verdeling van gezamenlijk eigendom. De taxateur heeft de marktwaarde vastgesteld op basis van een visuele inspectie, documentonderzoek en vergelijking met referentieobjecten.

De klacht richt zich op de wijze waarop de taxateur in het taxatierapport is omgegaan met een mogelijk asbestrisico. Volgens klaagster bevat het rapport een innerlijke tegenstrijdigheid doordat enerzijds een relevant asbestrisico wordt gesignaleerd en anderzijds wordt geconcludeerd dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Daarnaast klaagt zij dat niet inzichtelijk is gemotiveerd waarom dit risico geen invloed heeft op de marktwaarde. Gezien het gebruik van het rapport in een gerechtelijke procedure stelt klaagster dat op de taxateur een verzwaarde zorgplicht rustte. Verder voert klaagster aan dat zij financieel nadeel heeft geleden doordat de rechter de verdeling op het taxatierapport heeft gebaseerd.

De taxateur voert aan dat hij heeft gehandeld conform de geldende NRVT-regelgeving. Hij stelt dat hij geen bouwkundig of asbestspecialist is en dat een taxatie geen destructief onderzoek omvat. In het rapport is vermeld dat in woningen van vóór 1994 asbest kan voorkomen, dat dit niet altijd zichtbaar is en dat aanvullend onderzoek door een gespecialiseerd bedrijf kan worden overwogen. Volgens de taxateur is geen sprake van tegenstrijdigheid en is er geen aanleiding geweest om een waarderingscorrectie toe te passen, omdat de marktgegevens geen waardedruk door asbestrisico laten zien.

Het tuchtcollege toetst of de taxateur professioneel heeft gehandeld en of het taxatierapport voldoet aan de NRVT-regelgeving. Klachten over de financiële gevolgen van de gerechtelijke verdeling blijven buiten beschouwing. Het tuchtcollege oordeelt dat de taxateur het asbestrisico voldoende duidelijk en zorgvuldig heeft gesignaleerd. De passages over het mogelijke voorkomen van asbest, het ontbreken van zichtbare aanwijzingen en het advies om zo nodig nader onderzoek te laten verrichten, zijn niet innerlijk tegenstrijdig. Het feit dat later door gespecialiseerd en deels destructief onderzoek asbest is aangetroffen, maakt dit niet anders. Niet is gebleken dat het asbest met het blote oog zichtbaar was of dat de taxateur indringender had moeten adviseren nader onderzoek te laten doen.

Het tuchtcollege concludeert dat de taxateur heeft gehandeld conform de professionele normen. De klacht wordt ongegrond verklaard.


Terug naar overzicht