Onzorgvuldige agrarische taxaties leiden tot een berisping

Dossiernummer: N26006

Datum uitspraak: donderdag 30 april 2026

Na een audit in het kader van doorlopend toezicht heeft NRVT een klacht ingediend die ziet op drie taxatierapporten vallend onder de Kamer Landelijk en Agrarisch vastgoed.

Volgens NRVT voldoen de taxatierapporten niet aan de geldende regelgeving en praktijkhandreikingen, omdat essentiële informatie ontbreekt of onjuist is vastgelegd. Bij één rapport gaat het om een taxatie met erfpacht, waarbij de erfpachtvoorwaarden onjuist en onvolledig zijn uitgewerkt en het rekenmodel niet navolgbaar is. Bij een tweede rapport ontbreekt een kwalitatieve analyse van de referentieobjecten en is de vertaalslag naar de getaxeerde waarde onvoldoende onderbouwd. Bij een derde rapport stelt de toezichthouder dat een onjuist waardebegrip is gehanteerd en dat een toegepaste waardedruk onvoldoende is onderbouwd.

De taxateur heeft een toelichting gegeven op de door hem gehanteerde berekening en voert aan dat hij van mening is dat de waarde op een juiste wijze tot stand is gekomen. De taxateur erkent dat hij tekort is geschoten in de uitwerking van de erfpachtrechten en dat hij daarvan heeft geleerd. Hij merkt op dat de erfpachtrechten slechts een ondergeschikt onderdeel van de totale waarde betreffen. Ook voert hij aan dat hij bij rapport 3 betwijfelt of een onjuist waardebegrip is gehanteerd. De taxateur vindt de door NRVT gevraagde maatregel zeer stevig, gelet op het constructieve gesprek dat hij met de auditor heeft gevoerd.

Het tuchtcollege oordeelt dat in twee van de drie taxatierapporten sprake is van meerdere tekortkomingen die maken dat de berekeningen en de opbouw van de geschatte marktwaarde voor derden niet controleerbaar en niet navolgbaar zijn. Hierdoor zijn deze rapporten niet met de vereiste zorgvuldigheid en transparantie opgesteld. Daarmee heeft de taxateur de fundamentele beginselen van het NRVT‑reglement geschonden. Ten aanzien van het derde rapport oordeelt het tuchtcollege dat niet is vastgesteld dat op een onjuiste grondslag is getaxeerd en dat het ontbreken van een onderbouwing van een gangbaar percentage op zichzelf onvoldoende is voor een tuchtrechtelijk verwijt.

De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op het feit dat de taxateur de tekortkomingen heeft erkend, een lerende houding heeft getoond en verbetermaatregelen heeft getroffen, acht het tuchtcollege een voorwaardelijke schorsing een te zware maatregel en legt het een berisping op.


Terug naar overzicht