Slordigheden in taxatierapport cultuurgrond onvoldoende zwaarwegend voor opleggen maatregel
Dossiernummer: 25093
Datum uitspraak: vrijdag 08 mei 2026
De klacht betreft een taxatierapport van twee percelen cultuurgrond. Klager is samen met zijn broer eigenaar van de percelen. De broer van klager heeft opdracht gegeven voor de taxatie om inzicht te krijgen in de waarde in het kader van een eventuele verkoop.
Volgens klager is onvoldoende rekening gehouden met de toegangssituatie tot de percelen, ontbreken relevante stukken, is er ten onrechte van uitgegaan dat nutsvoorzieningen aanwezig zijn en zijn kosten voor de sloop van een vervallen schuur niet meegenomen. Daarnaast stelt klager dat sprake is van belangenverstrengeling doordat de taxateur meerdere rollen zou hebben vervuld en verwijt hij de taxateur betrokkenheid bij beschadiging van een camera en uitingen op sociale media.
De taxateur betwist de verwijten en voert aan dat het definitieve rapport wél was voorzien van een plausibiliteitsverklaring en dat hij niet verantwoordelijk is voor het gebruik van een conceptversie door de opdrachtgever. De opdracht is volgens hem rechtsgeldig tot stand gekomen via een geaccepteerde offerte. De taxateur stelt dat hij is uitgegaan van de feitelijke situatie ten tijde van de taxatie en dat de offerte voor asbestsanering pas later is aangevraagd. Van belangenverstrengeling is volgens hem geen sprake, omdat hij uitsluitend als taxateur heeft gehandeld en slechts als toehoorder bij een overleg met de gemeente aanwezig was.
Het tuchtcollege hanteert als toetsingskader dat de waardebepaling slechts marginaal kan worden getoetst en beoordeelt of de taxateur zorgvuldig, objectief en transparant heeft gehandeld. Het college volgt het verweer dat het ontbreken van de plausibiliteitsverklaring in een conceptversie de taxateur niet kan worden aangerekend en acht het ontbreken van sloop- en saneringskosten verdedigbaar, omdat sloop en sanering op de taxatiedatum niet aan de orde waren. Ook ziet het college geen aanknopingspunten voor belangenverstrengeling of voor betrokkenheid bij de gestelde incidenten.
Wel stelt het tuchtcollege vast dat het rapport slordigheden bevat. Zo zijn erfdienstbaarheden wel genoemd maar inhoudelijk niet toegelicht, waardoor onvoldoende inzicht wordt gegeven in de invloed daarvan op de marktwaarde. Daarnaast is ten onrechte vermeld dat alle nutsvoorzieningen aanwezig zijn, terwijl dit feitelijk niet zo was. Deze tekortkomingen leveren een schending op van de vereisten van zorgvuldigheid en transparantie.
De klacht wordt daarom deels gegrond en deels ongegrond verklaard. De gegrond bevonden onderdelen acht het tuchtcollege onvoldoende zwaarwegend om een maatregel op te leggen.
Terug naar overzicht