Taxateur meet woning niet in en licht recht van overpad onvoldoende toe
Dossiernummer: 26025
Datum uitspraak: vrijdag 29 mei 2026
De zaak betreft een taxatierapport van een woning dat is opgesteld in het kader van een echtscheiding. Klager verwijt de taxateur dat een onjuist aantal vierkante meters is gehanteerd doordat de woning niet is ingemeten, dat de onderhoudstoestand – met name van de badkamer – onjuist is weergegeven en dat een recht van overpad niet in het rapport is opgenomen.
De taxateur voert aan dat hij het object heeft opgenomen en de oppervlakte heeft gebaseerd op beschikbare tekeningen, gecontroleerd met andere bronnen. Na constatering van een fout in de eerste versie is het aantal vierkante meters aangepast. Ten aanzien van de badkamer stelt de taxateur dat sprake was van een waarderingsverschil tussen partijen en dat hij deze als functioneel heeft beoordeeld. Het recht van overpad is volgens de taxateur impliciet verwerkt in een negatieve waardecomponent en had geen afzonderlijke invloed op de marktwaarde.
Het tuchtcollege stelt voorop dat de getaxeerde waarde slechts marginaal wordt getoetst en beoordeelt of de taxateur zorgvuldig, objectief en transparant heeft gehandeld. Vast staat dat de taxateur de woning niet handmatig heeft ingemeten en is afgeweken van de aanbevelingen uit de meetinstructie zonder dit toe te lichten. Gezien de bestaande discussie over de oppervlakte, had de taxateur de woning wel zelf moeten inmeten. Verder oordeelt het tuchtcollege dat het recht van overpad expliciet in het rapport had moeten worden vermeld en toegelicht, ook indien dit geen aanvullende invloed op de waarde zou hebben. De beoordeling van de onderhoudstoestand van de badkamer acht het tuchtcollege daarentegen niet onbegrijpelijk.
Het tuchtcollege concludeert dat het rapport onvoldoende zorgvuldig en transparant is opgesteld en verklaart twee klachtonderdelen gegrond en één ongegrond. Aan de taxateur wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
Terug naar overzicht