Taxatierapport onvoldoende navolgbaar bij waardering van tiny house met erfpachtconstructie

Dossiernummer: N26018

Datum uitspraak: vrijdag 29 mei 2026

De zaak betreft een taxatie van woonruimte in de vorm van een zogenoemd tiny house, geplaatst op grond met een (tijdelijk) recht van ondererfpacht. De klacht ziet op het ontbreken van voldoende onderbouwing en transparantie in het taxatierapport. Volgens de klager is de marktwaarde niet navolgbaar, zijn referenties en bestemming onvoldoende herleidbaar en zijn erfpachtverplichtingen en aannames niet correct en onvoldoende inzichtelijk verwerkt. Hierdoor zou het rapport niet voldoen aan de geldende regelgeving en bestaat het risico dat derden ten onrechte vertrouwen ontlenen aan het rapport.

De taxateur voert aan dat sprake is van een bijzondere taxatie in een nog weinig ontwikkelde markt, waarbij het object moeilijk past binnen bestaande taxatiestandaarden. Volgens de taxateur zijn de gehanteerde gegevens gebaseerd op eigen onderzoek en reële bronnen, en is de waarderingsmethodiek wel degelijk toegelicht. Eventuele tekortkomingen zouden vooral zien op de mate van uitwerking en presentatie, en niet op schending van fundamentele beginselen. Ook wordt betwist dat het rapport onnavolgbaar zou zijn of dat bewust een ondeugdelijk rapport in het verkeer is gebracht.

Het tuchtcollege stelt vast dat het taxatierapport op meerdere essentiële onderdelen tekortschiet. De onderbouwing van de marktwaarde, de gebruikte referenties, de herleidbaarheid van de bestemming en de verwerking van erfpachtverplichtingen zijn onvoldoende inzichtelijk gemaakt, waardoor de opbouw van de waardering voor derden niet goed te volgen is. Daarmee voldoet het rapport niet aan de vereisten van zorgvuldigheid en transparantie zoals voorgeschreven in de relevante regelgeving en praktijkhandreikingen.

De klacht wordt gegrond verklaard. Het tuchtcollege ziet echter, gelet op de beperkte ernst van de tekortkomingen, het ontbreken van schade, het feit dat het een eerste klacht betreft en de bijzondere omstandigheden van een nieuwe marktsituatie, aanleiding om geen maatregel op te leggen.

De uitspraak onderstreept dat ook bij innovatieve of atypische objecten de navolgbaarheid van de waardering gewaarborgd moet zijn.


Terug naar overzicht