Tuchtcollege toetst getaxeerde waarde marginaal; klacht ongegrond
Dossiernummer: 25054
Datum uitspraak: vrijdag 28 november 2025
In deze zaak heeft de taxateur een taxatierapport opgesteld in het kader van een echtscheiding met als doel het verkrijgen van hypothecaire financiering voor een uitkoopregeling. Klager verwijt de taxateur dat de vastgestelde marktwaarde onvoldoende is onderbouwd, dat de vooraf ingevulde vragenlijst met woningkenmerken niet overeenkomt met de inhoud van het rapport en dat de vastgestelde waarde hoger ligt dan de waarden van zowel de gebruikte referentiewoningen als diverse geautomatiseerde modelwaarderapporten.
De taxateur voert aan dat de marktwaarde is bepaald op basis van een opname ter plaatse, de ingevulde vragenlijst, een eigen beoordeling, een modelwaardetool en toepassing van de vergelijkende methode. Daarbij zijn verschillen met referentiewoningen inzichtelijk gemaakt en marktontwikkelingen meegenomen. De taxateur benadrukt dat een vragenlijst niet leidend is en dat het aan de taxateur is om zelf een oordeel te vormen over de onderhoudstoestand van de woning. De kwalificatie “goed” betekent dat er geen direct noodzakelijke herstelkosten hoeven te worden gemaakt, maar niet dat er niets aan de woning hoeft te worden gedaan. De gebruikte referentiewoningen hebben een minder afwerkingsniveau dan de woning van klager.
Het tuchtcollege stelt voorop dat de door een taxateur vastgestelde waarde slechts marginaal kan worden getoetst. Het college beoordeelt uitsluitend of de taxateur professioneel, zorgvuldig en transparant heeft gehandeld en of hij in redelijkheid tot de vastgestelde waarde heeft kunnen komen.
Het tuchtcollege oordeelt dat dit het geval is. Het enkele verschil tussen de getaxeerde waarde en andere waarderingen betekent niet dat de taxatie onjuist is. De keuze van referentieobjecten en de waardering van verschillen behoort tot de professionele beoordelingsruimte van de taxateur. Ook acht het college de kwalificatie van de onderhoudstoestand als “goed” niet onbegrijpelijk. De enkele slordigheden in het rapport waren naar het oordeel van het tuchtcollege niet van invloed op de waardering en leveren geen tuchtrechtelijk verwijt op. Het tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.
Terug naar overzicht