Waarschuwing wegens onjuiste oppervlaktemeting in taxatierapport
Dossiernummer: 26026
Datum uitspraak: dinsdag 23 juni 2026
De uitspraak betreft een taxatie van een kantoorpand met mede een woonbestemming, opgesteld in het kader van een voorgenomen verkoop. De klacht heeft betrekking op het niet vermelden van de voorgenomen bestemmingswijziging en op een onjuiste vermelding van het vloeroppervlak op de tweede verdieping door de schrijvend taxateur. Klaagster stelt dat het pand daardoor voor een te lage waarde is getaxeerd en wijst erop dat het kort na de verkoop is doorverkocht voor een prijs die 27% boven de taxatiewaarde lag. Daarnaast wordt aangevoerd dat deze uitgangspunten en keuzes, in het bijzonder bij de uitvoering van de HABU-analyse, hebben geleid tot een onjuiste waardering van het object, waarbij ten onrechte een correctie voor overdrachtsbelasting van 10,4% in plaats van 2% is toegepast. Ten slotte wordt de controlerend taxateur verweten dat zij deze gebreken niet heeft opgemerkt bij het afgeven van de plausibiliteitsverklaring.
De taxateurs hebben hiertegen ingebracht dat de bestemmingswijziging geen betrekking had op het getaxeerde object en niet tot een andere waardering zou hebben geleid. Zij handhaven dat kantoorgebruik de hoogste en beste aanwending van het object was. De fout in het vloeroppervlak wordt erkend, maar zou geen invloed van betekenis hebben gehad op de taxatiewaarde. Ook de correctie voor overdrachtsbelasting achten zij juist, gelet op het feitelijke gebruik van het object als kantoor. De controlerend taxateur stelt dat zij haar rol als plausibiliserend taxateur naar behoren heeft vervuld en niet gehouden was de taxatie zelfstandig volledig over te doen.
Het college oordeelt dat het beter was geweest wanneer de schrijvend taxateur nader onderzoek had gedaan naar ontwikkelingen in de directe omgeving en deze in het rapport had vermeld. Omdat onvoldoende is gebleken dat de bestemmingswijziging invloed had op de waarde van het object, levert dit echter geen tuchtrechtelijk verwijt op. Ook volgt het college de HABU-analyse. Het object werd feitelijk als kantoor gebruikt, de gemaakte afwegingen zijn in het rapport toegelicht en de keuze voor een correctie overdrachtsbelasting van 10,4% kon redelijkerwijs worden gemaakt. Deze klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. De klacht over de vloeroppervlakte is wel gegrond. De schrijvend taxateur is uitgegaan van een onjuist aantal vierkante meters op de verdieping, terwijl uit de beschikbare plattegrond duidelijk bleek dat een gedeelte van de ruimte niet meetelde. Ten aanzien van de controlerend taxateur oordeelt het college dat niet kan worden gezegd dat zij in haar rol als validerend taxateur onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Het feit dat zij de onjuistheid in het aantal vierkante meters niet heeft onderkend, is onvoldoende voor een gegrondverklaring van het tegen haar gerichte klachtonderdeel.
Het tuchtcollege kwalificeert deze tekortkoming als van gering gewicht en legt daarom een waarschuwing op. De overige klachten tegen deze taxateur worden ongegrond verklaard. De klacht tegen de controlerend taxateur is volledig ongegrond.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
Terug naar overzicht