Wel of geen zelfstandige woonruimte bij verhuur aan meerdere huurders
Dossiernummer: N25089
Datum uitspraak: donderdag 16 april 2026
Naar aanleiding van een field audit heeft NRVT een klacht ingediend over één taxatierapport. In het auditrapport is vastgesteld dat in dit taxatierapport onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd voor de waardering “as is”, dat huurreferenties incorrect zijn opgenomen, rendementseisen onvoldoende onderbouwd en de marktomstandigheden ontoereikend beschreven. Hierdoor zijn de berekeningen en de opbouw van de getaxeerde waarde onvoldoende inzichtelijk en niet navolgbaar voor derden. NRVT concludeert dat het rapport onvoldoende zorgvuldig en transparant is opgesteld.
De taxateur voert gemotiveerd verweer. Hij stelt dat de opdrachtgever had aangegeven dat de woning door diens zoon werd gehuurd. Tijdens de opname bleek dat er twee medehuurders waren, die gezamenlijk met de zoon de woning bewoonden en ieder een apart huurcontract hadden. Volgens de taxateur was sprake van een zelfstandige woonruimte met een gezamenlijke huishouding, geen commercieel kamerverhuurbedrijf. Het NWWI weigert echter validatie vanwege kamerverhuur. De taxateur blijft achter de inhoud van het rapport staan. Hij vindt de huurreferenties, rendementseisen en marktbeschrijving wel degelijk correct en voldoende onderbouwd. Ook wijst hij op zijn lange staat van dienst.
Het tuchtcollege oordeelt dat hier sprake is van onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur). De kwalificatie als zelfstandige woonruimte is daarom onjuist. Daarmee is de klacht gegrond. De overige tekortkomingen vloeien volgens het college voort uit deze verkeerde uitgangspositie en worden niet afzonderlijk beoordeeld.
Bij de op te leggen maatregel houdt het tuchtcollege rekening met het feit dat dit de eerste klacht is tegen een taxateur met een lange staat van dienst en dat slechts één van de drie onderzochte rapporten een gebrek vertoont. Daarom wordt volstaan met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
Terug naar overzicht