Beperkte motivering bij LAV-taxatie niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar

Dossiernummer: 25036HB

Datum uitspraak: vrijdag 22 mei 2026

Uitspraak in eerste aanleg: Taxateur niet transparant genoeg geweest, maar onvoldoende sprake van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid

De klacht betreft een taxatie van agrarische grond naast een woning, inclusief opstallen, waarbij klager aanvoert dat de taxateur buiten de opdracht is getreden door de woning in de waardering te betrekken en onjuiste referentieobjecten heeft gebruikt. Ook wordt geklaagd over de onderbouwing van de vervangingswaarde van een loods en erfverharding. Volgens klager is ten onrechte uitgegaan van gebruiksmogelijkheden als tuin en zijn de gehanteerde prijzen voor de opstallen te hoog.

De taxateur voert aan dat hij binnen zijn professionele beoordelingsruimte passende referenties heeft gekozen en de verschillen heeft gemotiveerd. Hij stelt dat de ligging van de grond naast een woning een waardeverhogend effect heeft, waarmee rekening mocht worden gehouden. Ten aanzien van de loods baseert hij zich op marktgebruikelijke kengetallen en betwist hij dat de door klager aangedragen informatie de door hem gehanteerde waardes weerlegt. Daarnaast stelt hij dat een klacht over erfverharding in hoger beroep niet voor het eerst kan worden aangevoerd.

Het tuchtcollege oordeelt dat een taxateur een ruime mate van vrijheid heeft bij de keuze van referentieobjecten en de waardering van verschillen, mits deze inzichtelijk worden gemaakt. Het college volgt de taxateur in zijn uitleg dat naastgelegen grond door de ligging en potentiële gebruiksrelatie met de woning een hogere waarde kan hebben, en stelt vast dat rekening is gehouden met de waardedrukkende verplichtingen. Dat de toelichting summier was, maakt het handelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook acht het college het aanvaardbaar dat voor de loods de vervangingswaarde is bepaald aan de hand van algemeen aanvaarde kengetallen, waarbij klager onvoldoende heeft aangetoond dat deze onjuist zijn. Voor zover de klacht ziet op erfverharding, wordt deze in hoger beroep buiten beschouwing gelaten, omdat dit een nieuw klachtonderdeel betreft.

Het hoger beroep leidt niet tot een ander oordeel dan in eerste aanleg en de klacht blijft ongegrond. Het hoger beroep is voor een deel niet-ontvankelijk. De beslissing in eerste aanleg wordt bekrachtigd.


Terug naar overzicht