Niet meewerken aan toezicht, wel berouw achteraf: hoe zwaar telt dat?

7 mei 2026
Nieuws

Van een Register-Taxateur wordt professioneel gedrag verwacht. Die professionaliteit strekt zich ook uit over zijn gedragingen buiten het verrichten van directe taxatiewerkzaamheden. Het verlenen van medewerking aan het doorlopend toezicht van NRVT is daarvan een goed voorbeeld. Een recente uitspraak van het tuchtcollege maakt duidelijk welke gevolgen het heeft wanneer die medewerking ontbreekt. Ook wanneer achteraf alsnog berouw wordt getoond en beterschap wordt toegezegd.

Doorlopend toezicht is geen administratieve formaliteit

Als Register-Taxateur val je onder doorlopend toezicht zolang je bent ingeschreven in het register van NRVT. Dit toezicht is erop gericht om de kwaliteit van het taxatieproces te borgen. Het is daarmee geen administratieve formaliteit of controle achteraf, maar een manier om samen te zorgen voor een sterke, professionele beroepsgroep. Wanneer een taxateur niet reageert op verzoeken om informatie of niet verschijnt in het kader van een audit, wordt dat toezicht feitelijk onmogelijk gemaakt.

Stevige maatregel, ook bij berouw achteraf

Het tuchtcollege is duidelijk over de ernst van dergelijk handelen. Het niet meewerken aan toezicht wordt gezien als een ernstige schending van professioneel gedrag. Het belemmert NRVT in de uitoefening van haar toezicht en getuigt van gebrek aan inzicht in de taken en verantwoordelijkheden van een Register-Taxateur. Het tuchtcollege rekent dit dan ook zwaar aan, zoals blijkt uit de uitspraak van 3 maart 2026.

Opvallend in de uitspraak is dat de taxateur achteraf wel alsnog meewerkt en zijn houding lijkt te willen verbeteren. Toch leidt dat niet tot een mildere beoordeling. Het tuchtcollege benadrukt dat het achteraf tonen van berouw of het doen van toezeggingen tot verbetering niet opweegt tegen het eerdere structurele gebrek aan medewerking. De opgelegde maatregel blijft daarom stevig.

Consequente lijn in het tuchtrecht

Deze uitspraak past in een bredere lijn binnen het tuchtrecht. Ook in eerdere zaken zijn, vanwege het niet (tijdig) meewerken aan doorlopend toezicht, substantiële maatregelen variërend van berispingen tot schorsingen opgelegd. De kern is daarbij helder: medewerking aan toezicht is geen bijkomstigheid, maar een integraal onderdeel van professioneel handelen. Wie daarin tekortschiet, kan dat niet compenseren met berouw of toezeggingen achteraf.


Terug naar overzicht