“Beter worden in taxeren betekent vooral: learning-by-doing”

14 september 2026
Opinie

“Het taxatievak verandert continu, dus is permanente educatie noodzakelijk. Een taxateur die vandaag stopt met leren, is over vijf jaar geen senior taxateur meer, maar een risico”, benadrukt Jacques Boeve.  Hij vindt het daarom waardevol dat taxateurs jaarlijks hun PE-punten moeten behalen om ingeschreven te blijven staan. “De afgelopen tien jaar hebben we een verdere professionalisering van het taxatievak gezien, mede doordat de opleidingen voor geregistreerde taxateurs steeds beter worden georganiseerd.”

Als twaalfjarige wist Jacques Boeve al dat hij de vastgoedwereld in wilde en bijvoorbeeld makelaar wilde worden. Dat lukte hem in 1995 ook, na zijn studie en diensttijd, via een open sollicitatie bij DTZ Zadelhoff. Daar ontdekte hij al snel dat het vak van taxateur hem veel beter lag. “Er werkte daar een senior-taxateur die fabrieken, voetbalstadions, kantoren en woningcomplexen taxeerde. En ik vond het taxatieproces fascinerend: onderzoek doen, inventariseren, analyseren, puzzelen, onderbouwen en de uitwerking in een taxatierapport.”

In 1998 zette hij bij DTZ Zadelhoff de stap van winkelmakelaar naar taxateur. Ook na de integratie met Cushman & Wakefield bleef hij daar vol overgave taxeren. En toch, na een kwart eeuw werken bij zo’n groot kantoor, begon het te knagen. In 2020 koos hij voor het taxateurschap bij het kleinschalige NAI Netherlands.

De lat ligt steeds hoger

Internationaal gezien behoort NAI weliswaar tot de ‘big five’, de Nederlandse tak telt slechts elf mensen. Als ze met elkaar lunchen, kijken ze vanaf driehoog uit op het Amsterdamse Concertgebouw. “Waar we bij Cushman & Wakefield op hun top wel 135 taxateurs hadden die in gespecialiseerde teams werkten, doe ik bij NAI het operationele werk helemaal zelf. In het hele traject behoud ik daardoor het overzicht, waardoor ik ook eerder verbanden kan leggen en risico’s of juist kansen zie. Die aanpak is bewust beleid bij ons.”

Het betekent ook dat Boeve zich op een breed vlak moet bekwamen. “Het taxateursvak vereist competenties op economisch en juridisch vlak. En vanzelfsprekend is ook kennis van gebouwen en installaties van belang. Door veel te lezen en met collega’s te klankborden, houd je ook de marktontwikkelingen bij. Op al die vlakken is de lat de afgelopen tien jaar veel hoger komen te liggen.”

Gatekeeper voor de banken

“Vijftien jaar geleden kon je als taxateur nog min of meer wegkomen met: ‘Ik heb er verstand van, dus dit is de waarde’”, blikt Boeve terug. “Maar er heeft een grote verschuiving plaatsgevonden, van de taxateur als orakel naar de taxateur als onderbouwer.” Tegenwoordig worden er veel meer eisen – zowel inhoudelijk als procedureel – aan een taxatierapport gesteld. “De taxateur moet niet alleen kunnen analyseren, maar deze analyse vervolgens ook helder kunnen uitschrijven. Het gaat om het onderbouwen van je taxatie, op een logische en begrijpelijke manier. Dat vergt veel meer communicatieve vaardigheden dan je voorheen nodig had.” Je moet helder kunnen maken hoe de waarde tot stand gekomen is, ook voor iemand die niet gespecialiseerd is in vastgoed, geeft Boeve aan. “Waarom heb je bepaalde keuzes gemaakt? Wat waren de complexiteiten en hoe ben je daarmee omgegaan?”

Aan de regulering en normering vanuit NRVT hebben de banken bovendien hún eisen toegevoegd. “Ze hebben tegenwoordig ook specialisten in dienst die zulke taxatierapporten grondig bestuderen, merkt hij op. De banken vragen om uitgebreide rapporten, met veel bijlages. En alles moet verantwoord worden. “Wijs geworden door de kredietcrisis, zien banken je nu als een gatekeeper die ze kan behoeden voor risico’s. Ze zijn bijvoorbeeld veel kritischer geworden op risico’s, onvolledigheden en aannames. Daarnaast is er veel meer aandacht gekomen voor de energielabels en duurzaamheid van gebouwen en wat dat voor de toekomst betekent. Voorheen legden ze de nadruk eerder op het verkopen van zoveel mogelijk hypotheken en stond met name de getaxeerde waarde in het taxatierapport centraal. Nu ligt je verantwoording onder de loep.”

Studenten inspireren

Bijblijven als taxateur is vooral een kwestie van ‘willen’, meent Boeve. “Wil je daar tijd in steken, ook als maar een paar taxaties per jaar doet? Heb je er dan de inspanning voor over?” Hijzelf heeft zich ingeschreven bij een bureau dat cursussen verzorgt waarmee hij zijn PE-punten kan behalen. “Heel waardevol”, noemt hij het, al wordt de kennis die je daar opdoet niet getoetst. “Daar kun je iets van vinden. Het kan uitmonden in afvinken.”

Waar hij tegenwoordig minder tijd voor heeft, vanwege al het onderhanden werk, is het inspireren van studenten. “Ik kwam voorheen bij de UvA, de VU en de TU Eindhoven. Op Nijenrode Business University geef ik nog steeds gastlessen. Voor DTZ Zadelhoff was dat ook van strategisch belang. We wierven elk jaar wel vijf, zes, zeven nieuwe trainees op die manier.” Hij kijkt met plezier op het lesgeven terug. “Taxateurs zouden dat vaker moeten doen. De meeste studenten hebben het taxatievak namelijk niet op hun netvlies staan. Maar als je over de praktijk vertelt, gaan hun ogen open.”

Meer casuïstiek in de opleiding

Dat taxeren vooral in de praktijk heel boeiend is, zouden ook de opleidingen zich moeten aantrekken, vindt Boeve. “Ik zou het een goede zaak vinden om opleidingen te stimuleren meer casuïstiek op te pakken. Trek eens een paar uurtjes uit om een hotel of een ziekenhuis te taxeren, dan maak je de opleiding minder abstract en theoretisch. Naast een grondige theoretische basisopleiding is taxeren toch vooral learning-by-doing. Daarnaast geniet ik er elke keer weer van als ik een pand inspecteer en daar de betrokkenen spreek.” Hij zegt het met een glinstering in zijn ogen. Er staat die middag weer een inspectie op het programma.


Terug naar overzicht