“Kwaliteit levert uiteindelijk vertrouwen en waardering op”
“Iedere taxateur heeft invloed op de financiële stabiliteit van Nederland”, zegt Hans van der Ploeg, die samen met Cees de Jong de directie van Vastgoed Nederland vormt. “Want als je een object verkeerd taxeert – te hoog of te laag – breng je ook schade toe aan de maatschappij. Je moet dus staan voor de handtekening die je zet. En kwaliteit leveren.”
Toen Van der Ploeg in 2008 directeur van VBO werd, schudde hij direct de lakens op. “We namen afscheid van ruim 260 leden omdat ze niet voldeden aan de kwaliteitseisen die bij een professionele vereniging passen. Na een turbulente tijd konden we weer gaan bouwen aan de organisatie.”
VBO herrees en fuseerde op 1 januari 2025 met Vastgoedpro. Onder de naam Vastgoed Nederland timmert de vereniging sindsdien aan de weg. Inmiddels hebben zich 2.500 leden aangesloten: vastgoedprofessionals die verdeeld zijn over een zestal gilden. Het Gilde van Taxateurs is er daar één van.
Kwaliteit ophogen
Kwaliteit staat voor Van der Ploeg ook bij Vastgoed Nederland voorop. “Als een taxateur niet kan toelichten hoe hij tot een bepaalde waardering is gekomen, is hij geen knip voor de neus waard. Vraag mij dus niet hoe je jouw rapport kunt verdedigen tegenover de bank. Schaam je, zeg ik dan, het is je vak.”
Toen er ruim tien jaar geleden de wens ontstond om met een register voor taxateurs te beginnen, stapte Van der Ploeg naar toezichthouder AFM. ‘Ik vond het een ongelofelijk goed idee om de kwaliteit op te hogen. De gedachte was om dit register alleen te laten gelden voor taxateurs die waarderingen voor groot zakelijk vastgoed afgaven. Naar mijn mening moest het register echter voor alle taxateurs in Nederland gelden. Met de oprichting van NRVT in 2016 is dat ook gelukt.”
Betere rapporten
“We zijn erin geslaagd om een kwaliteitsbouwwerk neer te zetten voor taxateurs”, vervolgt hij. “Maar op de plek van bestemming zijn we nog niet.” Als voorbeeld noemt hij het NWWI-systeem om taxaties te beoordelen. Dat systeem stelt – terecht – eisen aan de uitgevoerde taxatie. “Maar de uitkomst ervan is ook dat een taxateur is gaan doen wat het NWWI vraagt. Daar zit geen stimulans in om een steeds betere taxateur te worden, een taxateur die steeds betere rapporten kan maken.” Hij stelt het scherp: “Ik denk dat verschillende taxateurs zich vooral een kunstje hebben aangeleerd om door het NWWI-systeem heen te komen, met zo min mogelijk gezeur.” Om tot echte kwaliteitsverbetering te komen, stelt Van der Ploeg een extra stap voor.
Toezicht naar voren
Toezicht uitoefenen in een vroeg stadium zal de kwaliteit van taxaties verder verhogen, meent hij. Het NWWI-systeem lijkt hem uitstekend geschikt om het toezicht naar voren te halen, ook waar het gaat om de taxaties van commercieel en agrarisch vastgoed. “Vastgoed Nederland was de eerste die NRVT en NWWI opriep om samen te gaan. En dat lijkt nu te lukken.” De kennis en kunde van NWWI komt bij het toezicht goed van pas. “Je hoeft de taxateur daarbij maar één ding te vragen: vertel eens hoe je tot de waardering bent gekomen.”
Onafhankelijkheid borgen
De kwaliteit van een taxatie en de onafhankelijkheid van de taxateur zijn twee kanten van dezelfde medaille. “Het is nog een stevige opdracht om die onafhankelijke positie verder te borgen. De taxateur voelt nog vaak de druk van de koper of de verkoper. En dan spelen ook nog de belangen van de hypotheekadviseur en de financiële instelling mee.”
Hij ziet het als een schande dat alle grootbanken een afdeling hebben om taxatierapporten te controleren. “Dat zou niet nodig moeten zijn. Je dient een bank te kunnen garanderen dat het rapport goed is.” Die belofte is waar te maken, is zijn overtuiging. Want kwaliteit laten zien, levert uiteindelijk vertrouwen en waardering op. “Door te polderen en met elkaar te praten hebben we al zoveel mooie stappen kunnen zetten. Nu deze nog!”
Terug naar overzicht