“Zonder goede professionals zijn standaarden betekenisloos”
“Ik mag de directheid van de Nederlanders wel”, zegt Nick Talbot. “Waar anderen misschien 20 minuten nodig hebben om iets duidelijk te maken, kunnen zij dat in 20 seconden.” Talbot is de ceo van IVSC, de organisatie achter de International Valuation Standards (IVS). Vaak reist hij de wereld rond om stakeholders te spreken over de taxatie-standaarden, met de bedoeling deze continu te verbeteren. “Je kunt nooit te veel met belanghebbenden in gesprek zijn.”
IVSC is een organisatie zonder winstoogmerk en handelt in het publieke belang. “Ons doel is eigenlijk heel simpel”, zegt Talbot. “Wij willen dat de International Valuation Standards wereldwijd de basis vormen voor een kwalitatief hoogwaardige en consistente aanpak van waarderingen. En we willen overal ter wereld een professioneel niveau van vastgoedtaxaties zien.”
Talbot legt uit dat de helft van het werk van IVSC technisch van aard is. De andere helft is gericht op het vergroten van de bekendheid van IVS en het stimuleren van het gebruik ervan. “Daarbij zijn partners zoals NRVT onmisbaar”, zegt hij. “Ze helpen het professioneel niveau van taxateurs te waarborgen. De komst van NRVT heeft de situatie in Nederland echt verbeterd op dat punt.” De rol die NRVT sinds 2016 vervult, is naar zijn mening ook heel waardevol. “We hebben in het verleden gezien dat het mis kan gaan als waarderingen niet goed genoeg zijn.” Daarom zou hij partners als NRVT in meer landen willen hebben. “Want zonder goede professionals zijn standaarden betekenisloos.”
Streven naar consistentie en uniformiteit
Internationaal geldende standaarden voor het waarderen van vastgoed zijn van wezenlijk belang, betoogt hij. Vastgoed is immers een belangrijke beleggingscategorie en standaarden zorgen voor consistentie, kwaliteit, transparantie en vertrouwen in die markt. “Als je het vertrouwen wilt winnen van stakeholders en eindgebruikers, heb je een zekere mate van consistentie nodig. Dat is niet alleen belangrijk voor de investeerders uit je eigen land, maar vooral voor buitenlandse investeerders. Die willen niet te maken krijgen met 195 verschillende manieren van waarderen.” Ze moeten ook kunnen vertrouwen op de kwaliteit en betrouwbaarheid van de taxaties, wat volgens hem opnieuw de verdienste van NRVT benadrukt. Zijn boodschap is daarmee helder: “Kwaliteit en uniformiteit in vastgoedwaarderingen helpen je buitenlandse investeringen aan te trekken.”
Uitgebreide consultaties over nieuwe standaarden
Talbot erkent dat er verschillend gedacht wordt over normstellingen. “Sommige taxateurs willen vooral gewoon hun werk doen en hebben een lichte afkeer van verplichtingen en regels.” Zijn ervaring is dat Nederlanders daar altijd open en transparant in zijn. “Als zij vinden dat de standaarden beter kunnen, zeggen ze dat. Dat doen ze ook als ze het toenemend aantal regels naar overkill vinden neigen. Nederlanders zeggen meestal gewoon wat ze vinden. En dat waardeer ik.”
Het is vervolgens best lastig een gemeenschappelijke basis te vinden voor een internationale standaard. De lokale verschillen zijn immers groot en de wetgeving kan per land verschillen. “Ontwikkelingslanden hebben ook andere behoeften dan landen met een sterk ontwikkelde economie. De meer ontwikkelde markten, zoals Nederland, willen soms minder regels of alleen aanwijzingen op hoofdlijnen. Opkomende markten vragen vaker om meer uitleg en meer detail.” Dat is ook de reden waarom IVSC voortdurend in contact staat met de spelers in het werkveld. “Voordat we nieuwe standaarden invoeren, houden we een consultatie van drie maanden. Elke reactie bekijken we uitgebreid.”
Nederland staat er goed op
Taxateurs moeten beseffen hoe belangrijk hun werk is voor het financiële systeem, benadrukt Talbot. Hun waarderingen spelen een cruciale rol bij belastingen, financiële verslaggeving, kredietverlening en juridische geschillen. “Met onze internationale standaarden willen we daar een fundament onder leggen.” Volgens Talbot heeft Nederland op dat vlak een voorsprong genomen op de meeste andere landen. Wil Nederland in de voorste gelederen blijven, dan is het blijven ontwikkelen van het taxatievak zijn advies. “Een organisatie als NRVT moet daarbij naar het grotere geheel blijven kijken: begrijpen wat alle betrokken partijen nodig hebben. Niet alleen de taxateurs, maar ook de gebruikers van waarderingen en andere toezichthouders die direct of indirect van waarderingen afhankelijk zijn.” De uitgangpositie is volgens hem al goed. “Vanuit internationaal perspectief vind ik dat Nederland een goed systeem van regelgeving en toezicht heeft. Dat houdt de kwaliteit van het taxatiewerk op een hoog niveau. Het is iets om echt trots op te zijn.”
Terug naar overzicht