Bepaling planschade door Kamer Wonen taxateur

Uitspraak in hoger beroep

De taxateur gaat in hoger beroep tegen de uitspraak in eerste aanleg. De taxateur voert onder meer aan dat er geen sprake was van taxeren. Het Tuchtcollege verwerpt dit, omdat in het advies is aangegeven dat er sprake is van een waardevermindering van 20% van de onroerende zaak.

Het Tuchtcollege sluit zich aan bij de uitspraak in eerste aanleg: de taxateur kwam herhaaldelijk tot het oordeel van ‘geen planschade’, terwijl een andere deskundige een schade van € 760.000 registreerden. De taxateur had moeten realiseren dat hij niet onpartijdig en onafhankelijk kon adviseren en hierin een afweging had moeten maken.

Vakbekwaam zijn

Het Tuchtcollege geeft daarnaast aan dat de taxateur zich had moeten afvragen of hij voldoende vakbekwaam was. De taxateur stond ingeschreven in de kamer Wonen, maar adviseerde over Groot Zakelijk Vastgoed (een bedrijfswaarde van € 5 miljoen). Zonder registratie in de kamer Bedrijfsmatig Vastgoed en aantekening Groot zakelijk Vastgoed is dit twijfelachtig. Hij had een beroep moeten doen op een taxateur die over deze registraties beschikt.

Het Tuchtcollege bekrachtigt de uitspraak in eerste aanleg.

Dossiernummer: 20180111

Datum uitspraak: 24 oktober 2018

Lees de volledige uitspraak

Uitspraak in eerste aanleg

Een recreatiepark diende een verzoek tot vergoeding van planschade in bij de gemeente. In opdracht van de gemeente bracht de taxateur drie adviezen uit. Over het derde advies volgde een klacht van het recreatiepark.

Sprake van een niet-marktwaardetaxatie

De taxateur voert aan dat het Tuchtcollege de klacht niet mag behandelen, omdat de gemeente hem als planschadeadviseur heeft ingeschakeld. Het tuchtcollege acht zich wel bevoegd. Er is sprake van een niet-marktwaardetaxatie als omschreven in de Toelichting op de regelgeving van juli 2017. De gedragingen van de verweerder kunnen door het tuchtcollege getoetst worden aan de hand van de van toepassing zijnde regelmenten van NRVT.

Niet objectief en onafhankelijk

Het recreatiepark voert aan dat de taxateur de derde opdracht niet had moeten accepteren, omdat hij vanwege zijn eerdere betrokkenheid niet meer de vereiste objectiviteit en onafhankelijkheid had. De taxateur stelt dat het niet ongebruikelijk is dat in een planschadeprocedure steeds dezelfde deskundige wordt ingeschakeld. Dat mag volgens het tuchtcollege zo zijn, maar de taxateur had zich moeten realiseren dat bij klagers de schijn kon ontstaan dat hij niet meer met de vereiste objectiviteit en onafhankelijkheid tot een nader advies zou kunnen komen. Dit klachtonderdeel slaagt.

Geen inschrijving in de Kamer Bedrijfsmatig Vastgoed

Daarnaast verwijt het recreatiepark de taxateur dat hij is ingeschreven in de Kamer Wonen van NRVT, terwijl het hier gaat om een grootschalig bedrijfsmatig recreatief object. Ook in dit verband voert de taxateur aan dat hij is gevraagd is als planschade deskundige en het object niet gewaardeerd heeft. Het tuchtcollege stelt voorop dat er geen algemene regel is dat een taxateur zich altijd moet beperken tot zijn eigen kamer. Toch slaagt het klachtonderdeel. In dit geval staat de taxateur niet ingeschreven in de Kamer Bedrijfsmatig Vastgoed en beschikt hij niet over de aantekening Groot Zakelijk Vastgoed. De taxateur had moeten onderkennen dat dit een bedreiging is ten aanzien van zijn vakbekwaamheid. Hij had daarom maatregelen mogen nemen.

De klacht is gegrond en het tuchtcollege geeft de taxateur een waarschuwing.

Dossiernummer: 20180111
Datum uitspraak: 9 mei 2018
Lees de volledige uitspraak