Hoger beroep: Schorsing na taxeren op de koopprijs

Dossiernummer: 20191029HB
Datum uitspraak: 30 oktober 2020

Uitspraak in eerste aanleg: Schorsing na taxeren op de koopprijs

Het NWWI diende een klacht in nadat een Register-Taxateur een taxatierapport had voorgelegd, waarin de waarde uitkwam op precies de koopsom. Bij navraag meldde de taxateur dat hij dat hier gedaan had omdat het pand toch verhuurd zou worden, zodat de marktwaarde in onverhuurde staat voor de opdrachtgever niet zo belangrijk was.

In eerste aanleg oordeelde het Tuchtcollege NRVT dat de klacht gegrond was, de waardering was onvoldoende onderbouwd én uit de opdrachtbevestiging en het taxatierapport bleek helemaal niet dat het doel van de taxatie was om de waarde in verhuurde staat vast te stellen. In het taxatierapport verklaart de taxateur meermalen dat de eigenaar de woning zelf gaat bewonen en niet een derde. De taxateur krijgt een schorsing van een maand opgelegd.

In hoger beroep voert de taxateur aan dat het NWWI alleen heeft geklaagd over waardering op de koopsom en er in de klacht niets staat over de verhuurde staat. Het Tuchtcollege heeft de klacht in eerste aanleg dus te ruim opgevat en is daarmee ‘buiten het geding getreden’.

Het Tuchtcollege in hoger beroep geeft de taxateur gelijk.

De taxateur heeft verweer gevoerd tegen de klacht van het NWWI. Daarin stond niets over de verhuurde staat. De taxateur is in zijn verdediging dus geschaad door de verhuurde staat wel te betrekken bij de beoordeling. Moraal van het verhaal: de formulering van de klacht bepaalt de omvang van het geschil. Hierbij merkt het Tuchtcollege in hoger beroep op dat van een professionele organisatie als het NWWI verwacht mag worden dat de klacht duidelijk wordt omschreven.

Het hoger beroep is gegrond, de schorsing wordt omgezet in een berisping.