Huisvesting arbeidsmigranten en planschade op herhaling

Dossiernummer: 210111
Datum uitspraak: 8 juni 2021

Klager heeft een verzoek om vergoeding planschade ingediend nadat er naast zijn woning en bedrijf een vergunning was afgegeven voor vestiging van arbeidsmigranten. Hij heeft al eerder geklaagd over een taxatie. Deze klacht werd door het Tuchtcollege gegrond verklaard.

Klager vindt dat de tweede taxateur zijn werk ook niet goed gedaan heeft. Hij heeft als second opinion een bureautaxatie uitgevoerd. Daarnaast had de taxateur de opdracht niet mogen aanvaarden omdat de eerste taxateur een collega van hem is.

De taxateur wist van de eerdere tuchtzaak en de berisping. Naar aanleiding van die uitspraak vroeg de gemeente bij zijn kantoor om een aanvullend rapport, waarbij in het bijzonder is gevraagd om in te gaan op de bekritiseerde aspecten, namelijk de afwijking van de WOZ-waarden en de referentiepanden. De taxateur heeft hier onderzoek naar gedaan en heeft dit opgenomen in een aanvullende waardeverklaring. Hij vindt niet dat hij daarmee in strijd met de regels van NRVT heeft gehandeld. Dat hij het pand niet heeft geïnspecteerd was op verzoek van de gemeente, die het rapport binnen één dag nodig had. Ook was er voldoende informatie aanwezig in het dossier, waardoor hij inspectie niet nodig vond. De Rechtbank heeft geen bezwaar gemaakt over dat de taxateur als collega deze opdracht heeft aanvaard en oordeelde dat de gemeente zich op zijn rapport mocht baseren.

Het Tuchtcollege is niet te spreken over de werkwijze van de taxateur. Een waardeverklaring is niet in overeenstemming met de regels van NRVT. Er is daarnaast nog sprake van verzwarende omstandigheden vanwege de voorgeschiedenis waardoor de taxateur wist dat klager groot belang had bij deze rapportage. Zeker in deze situatie had de taxateur daarom niet mogen volstaan met een waardeverklaring na een bureautaxatie.

Ook had de taxateur zich af moeten vragen of hij vanwege de eerdere betrokkenheid van zijn kantoor en zijn collega onafhankelijk en zonder schijn van belangenverstrengeling deze opdracht kon aanvaarden. Opvallend daarbij is dat het zeer beknopte rapport van enkele pagina’s wél tweemaal vermeldt dat de taxateur geen enkele betrokkenheid heeft gehad bij het object. Als hij in deze omstandigheden het besluit nam om de opdracht te aanvaarden, had hij hierover een toelichting omtrent zijn afwegingen in het rapport moeten opnemen.

Daarnaast had de taxateur zich moeten afvragen of de tijdsdruk voldoende ruimte bood voor een zorgvuldige en afgewogen taxatie. Hij had juist vanwege de voorgeschiedenis moeten zorgen voor een onberispelijk rapport. Het voorliggende rapport is echter dermate beperkt qua onderzoek en rapportage, dat dit onvoldoende inzicht geeft in de waardering. De taxateur is teveel meegegaan in de druk van de opdrachtgever. Hij had moeten vasthouden aan zijn eigen professionele standaarden.

De handelwijze van de taxateur is in strijd met de fundamentele beginselen van onafhankelijkheid en die van zorgvuldigheid en transparantie, zoals neergelegd in de artikelen 11 en 12 van het Reglement Gedrags- en Beroepsregels.

Het Tuchtcollege legt als maatregel een berisping op, met een voorwaardelijke schorsing van drie maanden en een proeftijd van één jaar.