Klacht over te hoge waardering ongegrond

Dossiernummer: 20190715

Datum uitspraak: 30 januari 2020

Klager is verwikkeld in een echtscheiding, waarvoor de woning wordt gewaardeerd door twee taxateurs. Klager vindt dat de taxateur die door zijn ex-vrouw is ingeschakeld, veel te hoog heeft gewaardeerd. Het pand uit de jaren 70 heeft diverse gebreken. Zo is de dakkapel te hoog gebouwd, en kost herstel daarvan € 20.000. Klager heeft een offerte verstrekt aan de taxateur. Maar die heeft klakkeloos overgenomen van zijn ex-vrouw dat de situatie door de gemeente gedoogd zou worden en herstel maar € 6.000 zou kosten. Ook heeft de taxateur volgens klager verkeerde referenties gebruikt. Klager heeft een lijst met alternatieve referentiepanden opgesteld.

De taxateur stelt dat de woning gebouwd is in 1974, maar door diverse verbouwingen een zeer moderne uitstraling heeft, met o.a. een warmtepomp en geïntegreerde zonnepanelen. Het gaat om een bijzonder en vrijstaand pand, waar volgens de taxateur zeker een markt voor is in de regio. Hij geeft toe dat het lastig was om referentiepanden te vinden. Hij heeft gekozen voor enkele nieuwere panden, maar daarvoor wel een correctie toegepast. Daarnaast meldt de taxateur dat de woning recent op Funda heeft gestaan met een vraagprijs hoger dan zijn waardering.

Het Tuchtcollege overweegt – nogmaals – dat zij de hoogte van een geschatte waarde marginaal toetst. Het volledige taxatierapport conform het model maakt inzichtelijk hoe de taxatie tot zijn schatting is gekomen. Van invloed door de opdrachtgeefster is niet gebleken. Dat de dakkapel te hoog is gebouwd en dat er enkele problemen zijn, is vermeld in het taxatierapport, waarbij de taxateur heeft vermeld op welke informatie hij zich heeft gebaseerd. Het is één van de kerntaken van de taxateur om informatie van verschillende bronnen te verzamelen en te combineren tot een eigen oordeel. De taxateur komt hierbij een bepaalde mate van vrijheid toe. Hij heeft ervoor gekozen niet in te gaan op eventuele herstelkosten, omdat hij aangeeft dat herstel op grond van zijn informatie, afkomstig van de mede-eigenaar, niet aan de orde is. Het taxatierapport is daarmee transparant over de situatie en voldoet daarmee aan de geldende regels.

Ook de keuze van referentieobjecten behoort tot het wezen van het waarderen van vastgoed. Deze keuze dient de taxateur dan ook voldoende toe te lichten in het taxatierapport. In de reglementen is niet voorgeschreven dat de taxateur ook moet aangeven welke panden hij niet geschikt acht als referentie. Dat de taxateur de referentiepanden niet juist heeft gekozen, is het Tuchtcollege niet gebleken. Dat een andere taxateur tot een andere waardering komt, maakt dat niet anders.

De klacht is ongegrond.