Korting COVID-19 terecht meegenomen in horecataxatie

Dossiernummer: 20201005
Datum uitspraak: 31 maart 2021

In september 2020 is een taxatierapport opgesteld van het horecapand van klaagster. Klaagster stelt dat er fouten zijn gemaakt in de taxatie. Ten onrechte is uitgegaan van een beleggingsobject, er waren geen referentiepanden en de taxateur had de huur vanwege COVID-19 niet lager mogen stellen. Klaagster vindt dat ten onrechte uitgegaan is van achterstallig onderhoud omdat er geen bouwkundig rapport is om dat te onderbouwen. Ook het uitgangspunt van een onzelfstandige woning klopt niet, omdat de gemeente al akkoord is gegaan met een verbouwing tot zelfstandige woning.

De taxateur heeft aan de hand van de huurreferenties de markthuur per m2 voor het horecadeel bepaald. Voor de bovenwoning is eveneens een separate waardering gemaakt, op basis van de koopreferenties. De taxateur heeft rekening gehouden met een eenmalige huurkorting van 50% in verband met COVID-19.

Het Tuchtcollege oordeelt dat de taxateur terecht heeft gerefereerd aan beleggingsobjecten, ook al gaat het hier niet om een beleggingsobject. De taxateur heeft voldoende toegelicht dat hij de referenties als ondergrens heeft genomen en daar correcties op heeft toegepast. Het achterstallig onderhoud hoeft niet onderbouwd te worden met een bouwkundig rapport. De taxateur moet uitgaan van de bestaande situatie en niet van de toekomstige situatie waarin de woning verbouwd zou zijn tot zelfstandige woning. De 50% COVID-19-correctie vindt het Tuchtcollege terecht nu deze ook in de rechtspraak wordt gehanteerd.

Wel oordeelt het Tuchtcollege dat de taxateur zijn opdrachtgever meer stapsgewijs inzicht had moeten geven in zijn waardering en meer aandacht had moeten besteden aan de communicatie, dat is te summier geweest. Mede gezien de uitleg die gedurende de procedure is gegeven, stelt het Tuchtcollege dat de taxateur de NRVT-regels niet heeft overtreden.

De klacht is daarmee ongegrond.