Lastige positie interne taxateur Belastingdienst

Dossiernummer: 20190419

Datum uitspraak: 07-08-2020

Klager heeft onenigheid met de Belastingdienst over een verhuurd winkelpand met bovengelegen kantoorruimten. Het pand is door de interne taxateur van de Belastingdienst eind 2016 getaxeerd voor drie opeenvolgende jaren op circa € 20 miljoen. Klager vindt dat de Register-Taxateur niet de juiste taxatiemethode heeft toegepast. Aan de waardering ligt alleen een BAR-methode ten grondslag en te weinig referenties. Ook vindt klager dat te weinig rekening is gehouden met de onderhoudskosten en dat er is uitgegaan van een te lange huurperiode, waardoor de waarde te hoog zou zijn uitgekomen. Daarnaast is te weinig rekening gehouden met de omstandigheid dat het pand een ingang heeft aan een (dure) winkelstraat, maar de achterkant uitkomt in een veel minder dure straat. Tot slot vindt de klager dat de taxateur onvoldoende gereageerd heeft op vragen en dat die onvoldoende onafhankelijkheid is.

De taxateur vindt dat de BAR-methode juist was en stelt dat hij diverse referenties heeft gebruikt, die niet in het rapport staan als gevolg van de geheimhoudingsplicht. Het gaat namelijk om gegevens verkregen van andere belastingplichtigen. Hij is uitgegaan van een bestaande huurovereenkomst. Ook was er direct voor de peildatum onderhoud uitgevoerd, en werd het pand in die staat verhuurd, zodat onderhoud verder buiten beschouwing is gelaten. De communicatie is via de belastinginspecteur gegaan, maar is volgens de taxateur wel adequaat geweest. Wat betreft onafhankelijkheid wijst de taxateur op de uitzonderingssituatie voor de interne taxateur.

Het Tuchtcollege oordeelt dat het gebruik van alleen een BAR-methode bij een complex pand op een locatie waarbij zich forse verschillen voordoen in exploitatielasten en huur, tekortschiet. Ook vindt het Tuchtcollege dat meer referenties nodig waren dan in het rapport opgenomen zijn. Wel is terecht uitgegaan van het geldende huurcontract, waarmee de taxateur blijk geeft van voldoende kennis.

Alles overziende oordeelt het Tuchtcollege dat vanwege het grote financiële belang en de aard en locatie van het object, het taxatierapport te summier is geweest. Het Tuchtcollege mist met name uitleg hoe de gebruikte referenties zich verhouden tot het getaxeerde.

Ondanks de geheimhoudingsplicht dient ook een taxatierapport van een interne taxateur transparant te zijn. Met andere woorden: de taxateur moet op zoek gaan naar onderbouwing van de waardering waarnaar in het taxatierapport verwezen kan worden.

Dat de communicatie via de inspecteur verliep, vindt het Tuchtcollege mede gezien de bijzondere positie van de belastingdienst, geen bezwaar. Over de onafhankelijkheid overweegt het Tuchtcollege dat van belang is dat de taxateur heeft getaxeerd zonder rekening te houden met het fiscale belang.

De klacht is gegrond en de taxateur krijgt een waarschuwing opgelegd.