Schorsing na 2e rapport dat 2 ton lager uitvalt

Dossiernummer: 20200228

Datum uitspraak: 10 juni 2020

Een taxateur biedt een taxatierapport aan ter validatie. NWWI houdt het rapport extra tegen het licht, onder meer omdat er nóg een geldig taxatierapport voor dezelfde opdrachtgever is. De taxateur maakte gebruik van referentiepanden uit een nabijgelegen dorp, terwijl er referenties beschikbaar waren in het dorp waar de getaxeerde woning staat. NWWI stelt daar vragen over.

De taxateur ergert zich aan de vragen en besluit het taxatierapport in te trekken. Hij dient een nieuw rapport in met een waardering die € 200.000 lager is dan het eerdere rapport. Daarop dient NWWI een klacht in tegen de taxateur.

Het Tuchtcollege acht het terecht dat NWWI scherp let op de keuze voor referentieobjecten. Zeker als er al een taxatierapport ligt. Zo willen zij voorkomen dat een opdrachtgever na een tegenvallende waardering andere taxateurs benadert, in de hoop op een waarde die beter schikt.

Ook oordeelt het Tuchtcollege dat van een Register-Taxateur mag worden verwacht dat hij vanuit het oogpunt van professionaliteit serieus blijft reageren en zich te allen tijde onthoudt van provocerend handelen. Ook als de door klaagster aan hem gestelde vragen hem niet aanstaan.

Schending maatschappelijk vertrouwen

De handelwijze van verweerder is naar het oordeel van het Tuchtcollege flagrant in strijd met de fundamentele beginselen waar NRVT en de taxatiebranche voor staat. Verweerder heeft met zijn gedraging de indruk gewekt dat het getaxeerde bedrag ‘inwisselbaar’ zou zijn. Van een Register-Taxateur mag echter worden verwacht dat deze nauwgezet en grondig tot een juiste berekening komt en deze op juiste wijze in het dossier en het taxatierapport vastlegt alvorens deze ter validatie aan te bieden. Met de handelwijze van verweerder is naar het oordeel van het Tuchtcollege sprake van een ernstige schending van het maatschappelijk vertrouwen in de beroepsgroep.

In strijd met zorgvuldigheid

Daarnaast neemt het Tuchtcollege de taxateur kwalijk dat hij bij het tweede rapport wel referentiepanden uit de directe omgeving heeft gebruikt, en heeft aangegeven dat deze de lagere waarde konden onderbouwen. Deze referenties vond hij niet passen bij de hogere waarde, zodat hij daarvoor is uitgeweken naar referentiepanden die verder weg gelegen waren.

Het Tuchtcollege overweegt dat deze gedachtegang van verweerder niet strookt met het vereiste door de taxateur uit te voeren onderzoek en analyse bij het bepalen van een waarde. Op grond van de beschikbare referentiepanden dient de taxateur tot zijn waardering te komen. Dat verweerder beschikbare referenties naast zich neer heeft gelegd en op zoek is gegaan naar andere referenties, die ‘beter’ pasten bij zijn waardering, staat hier haaks op. Deze handelwijze is ernstig in strijd met het fundamentele beginsel van zorgvuldigheid. De klacht is gegrond en de taxateur krijgt een schorsing opgelegd van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.