Taxatie van een lidmaatschapsrecht in een woonvereniging

Dossiernummer: 20200225
Datum uitspraak: 7 september 2020


Klagers zijn eigenaar van een woning en hebben een voorkeursrecht tot koop van zes naastgelegen studio’s. In het kader van de koop/verkoop zouden zowel de potentiële koper als de verkoper een waardebepaling door een taxateur laten uitvoeren, waarna zij met elkaar in overleg zouden gaan over de prijs.

Klagers zijn van mening dat het rapport van de taxateur van de verkoper op verschillende punten onjuist is, waardoor het rapport geen goede basis vormt voor de prijsvaststelling. Ook vinden klagers het vreemd dat het taxatierapport niet gevalideerd is en zij stoorden zich aan de opstelling van de taxateur.

Het Tuchtcollege oordeelt dat de taxateur in zijn rapport onvoldoende heeft duidelijk gemaakt waar het door hem gebruikte servicekostenbedrag op is gebaseerd, dat de vaststelling van de huurwaarde slechts gebaseerd was op één huurovereenkomst en dat er geen referentiepanden zijn aangedragen. Daarom is het Tuchtcollege van mening dat de taxateur onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld en niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe de analyse van de referentie-objecten heeft geleid tot de waardering. De onderbouwing van de waarde schiet tekort. Ook voor een derde moet duidelijk zijn hoe de taxateur tot zijn oordeel is gekomen.

Of een taxatierapport ter validatie wordt aangeboden is een keuze van de opdrachtgever, dat zijn klagers in deze zaak niet.

Van een taxateur wordt verwacht dat hij tijdens een taxatie grondig te werk gaat en dat hij zich rekenschap geeft van zijn gedrag en uitlatingen. In dit geval kon niet worden geconstateerd dat de houding cq instelling van taxateur niet getuigd van zorgvuldigheid en integriteit.

Het Tuchtcollege acht de klacht gegrond en de taxateur krijgt een waarschuwing.