Uitspraak Tuchtcollege NRVT 29 september 2020

Dossiernummer: 20200324
Datum uitspraak: 29 september 2020

Klaagster is een bedrijf dat een aantal woningen wilde bouwen op een paar percelen. De verkoper van de percelen weigerde echter de levering. De bedrijven raakten vervolgens verwikkeld in een procedure, waarbij de rechter moest bepalen welke schade klaagster daardoor had geleden.

De rechtbank schakelt de Register-Taxateur in om de waarde van de percelen te bepalen met een waardepeildatum van de datum dat de percelen geleverd hadden moeten worden, enkele jaren terug.

De taxateur maakt een deskundigenrapport waar klaagster zich niet in kan vinden. Zij vindt dat de taxateur veel fouten heeft gemaakt en onnodig ingewikkelde methoden en berekeningen heeft gehanteerd. Ook heeft de taxateur er veel te lang over gedaan.

De taxateur voert aan dat er rekening moet worden gehouden met veel onzekerheden omdat het gaat om nog te ontwikkelen percelen. Klaagster is het daar niet mee eens, de taxateur had gewoon de plannen die er lagen moeten volgen.

Het Tuchtcollege overweegt dat een taxatierapport dat wordt opgesteld in het kader van een rechtbankprocedure, controleerbaar moet zijn. Er is dan immers altijd sprake van partijen met tegengestelde belangen. Het gaat erom dat de taxateur in zijn deskundigenrapport de rechter moet voorzien van verifieerbare informatie, waarin de keuzes die de taxateur heeft gemaakt en de onzekerheden die aan de orde zijn, transparant toegelicht worden.

Of de taxateur te lang heeft gedaan over het rapport is aan de rechtbank ter beoordeling, omdat de rechtbank de opdrachtgever was, niet klaagster. De Register-Taxateur heeft het plan van klaagster als leidraad genomen voor zijn waardering, maar daarbij toegelicht dat een aantal ontwikkelingen nog onzeker zijn. Hij heeft gebruik gemaakt van twee methodieken, heeft vermeld van welke gegevens hij gebruik heeft gemaakt en welke overwegingen hij hierbij heeft betrokken en welke onzekerheden hij hierbij zag. Zo is de taxateur onder meer afgeweken van de prijslijst van de gemeente, omdat de prijs niet per se de waarde van de grond vertegenwoordigde. Ook de bestaande woonboerderij heeft hij maar gedeeltelijk betrokken in zijn waardering, hetgeen hij toelicht in het rapport.

De klacht wordt ongegrond verklaard.