Taxateur heeft te weinig kennis van zaken

Dossiernummer: 220312

Datum uitspraak: woensdag 06 juli 2022

Klaagster is mede-eigenaar van een perceel grond. De ex-echtgenoot van klaagster heeft de taxateur gevraagd een taxatierapport op te stellen van het perceel grond ten behoeve van de boedelverdeling.

Klaagster is van mening dat het rapport van de taxateur onjuist is. De taxateur heeft alleen de ex-echtgenoot opgenomen als opdrachtgever, de referenties ontbreken in het rapport en er staan fouten in het rapport.

Het tuchtcollege acht de klacht gegrond.

Ieder taxatierapport dient controleerbaar te zijn, maar dit uitgangspunt geldt zeker voor taxatierapporten die worden opgesteld in het kader van of in vervolg op een rechtbankprocedure. In die gevallen hebben partijen tegengestelde belangen en dient de register taxateur hen te voorzien van verifieerbare informatie, waarin de keuzes die worden gemaakt en de onzekerheden die aan de orde zijn, transparant moeten worden toegelicht. Van groot belang daarbij is dat de register taxateur zijn/haar stellingen zoveel mogelijk onderbouwt en aangeeft welke schattingsonzekerheden aan de orde zijn.

Veel overwegingen om de waarde van het object op een bepaald bedrag vast te stellen zijn niet in het rapport verwoord en daarmee is het rapport niet voldoende gemotiveerd. Zo wordt in het rapport uitgegaan van het verkeerde bestemmingsplan, ontbreken de referenties, wordt een verkeerde taxatiemethode gebruikt voor de vaststelling van een perceel grond en wordt door de taxateur onvoldoende onderbouwd hoe ze tot de door haar getaxeerde waarde is gekomen. Het alleen noemen van de door de gemeente gehanteerde prijzen is onvoldoende nu er geen vergelijking is gemaakt met de geldende bestemmingsplannen van de uitgegeven gronden.

Het tuchtcollege oordeelt dat alleen door in het taxatierapport voldoende inzichtelijk te maken welke afwegingen de taxateur heeft gemaakt, onduidelijkheid kan worden vermeden over de onderbouwing van de taxatie en hetgeen de taxateur daaraan ten grondslag heeft gelegd.

Voor wat betreft het noemen van klaagster als opdrachtgever merkt het tuchtcollege op dat nergens uit is gebleken dat de taxateur had moeten weten dat beide partijen als opdrachtgever dienden te worden vermeld. Ook is uit het beschikbare bodemrapport, dat is toegevoegd aan het taxatierapport, niet gebleken van ernstige verontreiniging. Deze klachtonderdelen acht het tuchtcollege dan ook ongegrond

Ten slotte stelt het tuchtcollege vast dat de taxateur niet over de kennis en kunde beschikt om een dergelijke taxatie goed te kunnen uitvoeren. De taxateur had zich hier dan ook verre van moeten houden. Nu de taxateur ook ter zitting niet erkent fouten te hebben gemaakt, maar slechts stelt te 'begrijpen dat er vragen zijn’ en daarnaast geen blijk geeft van enig inzicht in de aard en de ernst van de schending van het geconstateerde en de impact die dat heeft op het maatschappelijk en economisch verkeer, acht het tuchtcollege een voorwaardelijke schorsing een passende maatregel.


Terug naar overzicht