Te lage taxatiewaarde door ondeugdelijke referentiepanden

Dossiernummer: 220325

Datum uitspraak: Thursday 15 September 2022

De taxateur heeft als deskundige in opdracht van de rechtbank, in het kader van de verdeling in een echtscheidingsprocedure, een taxatierapport opgesteld van een woonhuis, bijgebouwen, erf onder en omliggende grond. Klager is mede-eigenaar van deze woning.

Klager is van mening dat het rapport van de taxateur ondeugdelijk is en dat de taxateur de waarde te laag heeft vastgesteld door uit te gaan van niet-vergelijkbare referentiepanden. Bovendien is de onderbouwing onduidelijk, als gevolg waarvan de wijze waarop de taxateur tot de vaststelling van de waarde komt onnavolgbaar is. Daarnaast is de taxateur onvoldoende bekend ter plaatse, ontbreekt de plausibiliteitsverklaring en is de taxateur er ten onrechte vanuit gegaan dat hij zich niet aan de NRVT-regelgeving hoefde te houden nu het een wettelijke taxatie betrof.

Het tuchtcollege acht de klacht deels gegrond en legt taxateur een waarschuwing op.

Het tuchtcollege oordeelt dat een rapport inzicht behoort te bieden in de manier waarop referenties zijn meegewogen. Het enkel vermelden van objecten met prijzen is onvoldoende, immers zo is niet navolgbaar hoe de weging heeft plaatsgevonden. Ook het verwijt van klager in dit verband dat de schattingsonzekerheid onvoldoende omschreven is treft doel. Het enkel vermelden van die onzekerheid is onvoldoende omdat dan niet inzichtelijk is welke invloed dit op de waardering heeft gehad. Klachtonderdeel 1 en 2 zijn derhalve gegrond.

De discussie tussen partijen over mogelijke toelaatbare verschillen in de uitvoering van een opdracht van de rechtbank om als deskundige te rapporteren en een opdracht van belanghebbende(n) passeert het tuchtcollege. De klachten betreffen een rapport dat – met de ruimte die het Doorlopend Toezicht van NRVT heeft geschetst - aan de regelgeving van NRVT heeft te voldoen. De taxateur heeft aangegeven zich hiervan voor de toekomst bewust te zijn en daarnaar te zullen handelen.

Het tuchtcollege heeft al eerder geoordeeld dat er omstandigheden zijn die een uitzondering zijn op strikte naleving van de regel omtrent het werkgebied. In deze zaak heeft de taxateur – onbetwist - betoogd dat zijn werkgebied zich in de praktijk ook uitstrekt over de regio. Het gaat hier om een deskundigenrapport in opdracht van de rechtbank. De taxateur is een van de drie vaste taxateurs die door de rechtbank plegen te worden ingeschakeld en geen van deze drie is zelf gevestigd in het gebied.

De stelling van klager dat een plausibiliteitsverklaring ontbrak is juist. In dit specifieke geval leidt dat echter niet tot tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. De taxateur heeft overeenkomstig een bericht van "Doorlopend Toezicht" van 8 maart 2018, voldoende gemotiveerd waarom bij deze wettelijke taxatie een plausibiliteitsverklaring achterwege kan blijven. Ook is gebleken dat de taxateur wel de beschikking had over een verklaring, maar deze niet aan het rapport had toegevoegd.


Terug naar overzicht