Klacht ondermaatse taxatierapporten WOZ-beroepsprocedures ongegrond

Dossiernummer: 201030
Datum uitspraak: 21 juni 2021

Klager, die opkomt voor verschillende belanghebbenden in WOZ-procedures, vindt de taxatierapporten die een taxateur inbrengt in diverse WOZ-beroepsprocedures onder de maat. De taxateur zou handelen in strijd met de vereiste:

  • integriteit, omdat hij volgens klager geen objectieve waarde vaststelt maar analyses naar believen aanpast;
  • objectiviteit en onafhankelijkheid, omdat hij zowel de bezwaar- als beroepsprocedures voor zijn werkgever, een gemeente, afhandelt; 
  • zorgvuldigheid en transparantie, omdat een transparante objectieve omschrijving van de cijfermatige onderbouwing ontbreekt.

De taxateur geeft een uitgebreide toelichting op de gang van zaken bij het vaststellen van de WOZ-waarde, waarbij rekening wordt gehouden met diverse factoren die worden vastgelegd in een waarderingssysteem. Ook worden steeds drie referenties opgenomen.

Het tuchtcollege oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat de taxateur niet integer heeft gehandeld. Dat de werkwijze niet transparant is, is voor het tuchtcollege niet vast komen te staan. De werkwijze kan niet als tuchtrechtelijk verwijtbaar worden aangemerkt, onder meer vanwege het verloop van de aanpassingsprocedure en de waarborgen van de WOZ-procedure.

Klager verwijt verweerder dat hij niet objectief en onafhankelijk heeft gehandeld. Het tuchtcollege overweegt dat het enkele feit dat zowel de bezwaar- als beroepsprocedure door verweerder wordt behandeld, nog niet met zich meebrengt dat aan de onafhankelijkheid van verweerder zou moeten worden getwijfeld. Ook is het tuchtcollege niet gebleken dat verweerder zorgvuldiger te werk had kunnen gaan. Daarbij wijst het tuchtcollege erop dat een inhoudelijk geschil tussen gemeente en een belanghebbende kan worden voorgelegd in een met alle waarborgen omgeven beroepsprocedure.

Het tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.