Eerste geschil bij de Geschillencommissie Validaties: communicatie kan beter

Dossiernummer: GC210131
Datum uitspraak: 18 februari 2021

Sinds oktober 2020 kan een Register-Taxateur een geschil met het NWWI voorleggen aan de Geschillencommissie Validaties. Invoering van de geschillenregeling is uitvloeisel van het toezicht van NRVT op het NWWI. Op 18 februari 2021 deed deze Geschillencommissie voor het eerst uitspraak.

De Register-Taxateur had eind 2020 een verhuurd pand getaxeerd. Hij kwam op één en dezelfde marktwaarde, zowel in verhuurde staat als leeg en vrij van huur. Hij onderbouwde dit met een drietal referenties van woningen in verhuurde staat en drie verkooptransacties.

Het NWWI reageerde met meerdere mails. Hierin werd onder andere gesteld dat het niet aannemelijk is dat de marktwaarde in verhuurde staat gelijk of hoger is dan de marktwaarde vrij van huur- en gebruiksrechten.

De taxateur was het daar niet mee eens. Door een grote vraag door particuliere beleggers in de betreffende regio kon deze wel degelijk kopers voor eigen gebruik overtroeven. Vervolgens ontvangt de taxateur een mail dat validatie wordt geweigerd. De taxateur dient een interne klacht in, deze wordt door het NWWI afgewezen, waarna het geschil wordt voorgelegd. Validatie is dan al niet meer aan de orde, een andere taxateur heeft de opdracht overgenomen.

De Geschillencommissie overweegt dat de stelling van de taxateur dat in de regio veel vraag is van particuliere beleggers, waardoor de waarde in verhuurde staat opwaartse druk ondervindt, door het NWWI niet wordt bestreden. Toch stelt het NWWI dat de marktwaarde leeg en vrij van huur niet gelijk kan zijn aan de waarde in verhuurde staat.

De Geschillencommissie acht de handelwijze van het NWWI in deze zaak voor verbetering vatbaar. Zijn taak is immers niet primair gericht op de waardebepaling door een taxateur, maar op de vraag of de rapportage, en met name de onderbouwing van de waardebepaling, voldoet aan de eisen die gesteld mogen worden aan een redelijk handelend en redelijk bekwame taxateur. Een gegeven is dat er verschillen in de waardering kunnen bestaan zonder dat sprake is van ondeskundig handelen.

De discussie had niet moeten gaan over de vraag of beide taxaties op een gelijk bedrag konden uitkomen, maar of de onderbouwing van beide waarden voldeed. Het NWWI had beter moeten uitleggen waar het pijnpunt zat. Vanwege het ingrijpende gevolg, namelijk de weigering het taxatierapport te valideren, had de communicatie daarover niet voor misverstand vatbaar moeten zijn. Dat vele mails nodig waren, heeft hierbij niet geholpen.

Dat het NWWI niet integer zou hebben gehandeld gaat de Geschillencommissie echter te ver. Dat er een aantekening volgt bij het vervallen van een taxatierapport, is ook niet onzorgvuldig. Het verzoek van de taxateur voor betere opleiding van medewerkers van het NWWI valt buiten de bevoegdheden van de Geschillencommissie.