De gevolgen van de MCD voor de taxateur

29 maart 2016  |  

Door: Prof. Em. dr. Aart Hordijk
 
Deze maand is in de Tweede kamer de Europese Mortgage Credit Directive (MCD ) aan de orde gesteld. De eerste vraag die zich uiteraard aandient, is waarom een Europese regelgeving op dit terrein überhaupt nodig is. Dat heeft alles te maken met de financiële crisis van 2008. De G20 bepaalde toen dat zij zo’n situatie nooit meer mee wilden maken en dat heeft geleid tot meer en strengere regelgeving m.b.t. vastgoed financiering. De MCD is daarvan een logisch vervolg.
 
Inmiddels bevinden wij ons in het implementatiestadium en in dat kader kwam de MCD in de Tweede Kamer ter sprake. Het raakvlak met de taxateurs is erin gelegen dat de MCD bepaalt dat er een taxatie gemaakt moet worden door een onafhankelijke taxateur. Dat lijkt op zich duidelijk, ware het niet dat CDA en VVD met steun van D66 meenden een motie te moeten indienen, waarbij kort samengevat de regering werd gevraagd te regelen dat er een uitzondering (op dure taxaties!) wordt gemaakt voor hypotheekaanvragen met een evident laag risico en dat daar met een modelmatige taxatie kan worden volstaan. Een wonderlijk standpunt, dat ik graag op twee punten wil analyseren:

  1. Een laag risico: het valt op dat hier een definitie van het risico ontbreekt en dat kent vele aspecten. Wordt hier bedoeld de waarde van het object t.o.v. de gevraagde financieringen? Zo ja, welk percentage is dan niet risicovol? En hoe wordt dan omgegaan met het risico van gewijzigde persoonlijke omstandigheden, zoals echtscheiding en verlies van werk? Speelt het vermogen van de debiteur ook een rol en zo ja, ook de wijze waarop het is belegd?
  2. Modelmatig taxeren: nu is er op zich niets tegen modelmatig taxeren. De WOZ voor woningen zou op een andere manier niet jaarlijks kunnen worden vastgesteld. Belangrijk is echter dat het effect van modelmatig taxeren gemiddeldes oplevert die flink kunnen afwijken van de taxatie van het betreffende object. Vooral bij meer specifieke objecten, zoals woonboerderijen. Deze zogenaamde outliers komen met alleen modelmatig taxeren niet of onvoldoende aan het licht.

 
Nu de motie is aangenomen, is het aan de regering om daar via een AMVB uitvoering aan te geven. Uit discussies met leveranciers van modelmatige taxaties is gebleken dat die uitkomsten vaak nog worden nagekeken door ervaren taxateurs. Zij vergelijken de specifieke kenmerken van het object met de gemiddelde uitkomsten van het model en bepalen dan in hoeverre daar een correctie op moet komen. Zodoende ontstaat een evenwichtiger beeld met meer zekerheid voor de financiers.
 
Tot slot nog de opmerking ter ondersteuning van de argumentatie in de motie, dat zodoende dure taxaties kunnen worden vermeden. Onduidelijk is ook hier wat de indieners onder dure taxaties verstaan. Taxaties zijn er om de financier, de maatschappij en de debiteur te beschermen tegen te hoge financiering en die taxaties worden tegen heel redelijke vergoedingen uitgevoerd. Bovendien is een model niet aanspreekbaar op de uitkomsten daaruit.

 

Disclaimer
De op deze opinieweblog opgenomen artikelen worden door columnisten/bloggers op persoonlijke titel geschreven. De meningen die zij daar uiten vertegenwoordigen niet per definitie de mening van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT). Het NRVT is niet aansprakelijk voor de inhoud van de geplaatste artikelen.